02/06/2007
'Werken met Jan Decleir was wel een heel aparte ervaring'Het West-Vlaamse gevoel van cineast Peter Ghesquière
Peter Ghesquière houdt zowel van de stadsdrukte als van de rust en het groen. Bart Vandenbroucke
© Bart Vandenbroucke/VDB
| |
| |
IEPER - Ieperling Peter Ghesquière (27) is als jonge cineast al erg succesvol. Zijn eerste kortfilm Schijn van de maan haalde diverse prijzen in binnen- en buitenland. Ook Zondvloed met Jan Decleir in de hoofdrol is goed op weg om een succes te worden. Piet Lesage
We ontmoeten Peter Ghesquière in zijn thuisbasis Ieper. Hij verdeelt zijn tijd tussen Ieper en Gent. Voor de foto kiest hij een leuk groen plekje vlak buiten de vestingmuren in het Hoornwerkpark. Meteen maakt hij - als volleerd filmmaker met zin voor kleur en detail - de opmerking 'Oei, dat zal vloeken met mijn groene T-shirt'. Maar de fotosessie valt best mee.
Daarna wandelen we naar de Grote Markt voor een gezellig gesprek op een zonnig terrasje bij een glas witte wijn. Peter Ghesquière wikt zijn woorden, denkt na, gesticuleert en gebruikt graag metaforen. Die beeldspraak vind je ook terug in zijn films, die een heel poëtische sfeer uitstralen en van een ruime dosis maturiteit getuigen.
Hoe ben je eigenlijk in de cinemawereld terechtgekomen? Was dat je eerste keuze?
Peter Ghesquière: 'Neen. Ik wist niet meteen dat het film zou worden. Ik heb een artistieke secundaire opleiding gehad, maar het blijft toch riskant om voor een artistiek beroep te kiezen. Daardoor heb ik eerst een opleiding glasrestauratie gevolgd, die wat meer de middenweg volgt tussen ambacht en kunst. Ik vind het fascinerend hoe men kan schilderen met licht dat binnenvalt. Maar na twee jaar wou ik echt nog meer creatief bezig zijn. Pas dan heb ik gekozen voor film. Bij het ingangsexamen in het RITS was de helft van de kandidaten geslaagd. We startten met 80studenten, waarvan er 25 zijn afgestudeerd.'
Je eindwerk Schijn van de maan was meteen een schot in de roos. Hoe verklaar je dat?
'Ik had het zeker niet verwacht. Als student hoop je natuurlijk dat je eerste echte kortfilm een meevaller wordt. Je droomt ervan om getoond te worden op festivals. Maar dat het zo'n vaart ging lopen, was niet te voorspellen. Schijn van de maan haalde twee prijzen op het festival van de fantastische film in Brussel, de Canvasprijs op Het groot ongeduld, ook in Brussel, de prix du jury jeune in Hoei, de prix numérique op het festival van Rijsel en een selectie op het filmfestival van Cannes. Dat was een fantastische en unieke ervaring. Maar toch vond ik het ook wel ietsje teveel circus. Het was even wennen om daar in - verplichte - smoking rond te lopen. Het interessante is dat je daar met heel wat mensen uit het wereldje kunt praten over nieuwe projecten. Ik heb er overigens veel positieve reacties gekregen op mijn film.'
Is het na dit succes dan moeilijk om een tweede film te realiseren?
'Het ging vrij vlot om een nieuw scenario te schrijven. Misschien heeft het succes van Schijn van de maan meegespeeld om subsidies van het Vlaams Audiovisueel Fonds te verkrijgen voor Zondvloed. De film is nu ook ingezonden voor diverse filmfestivals in binnen- en buitenland. In Leuven was hij al goed voor de publieksprijs op het internationaal kortfilmfestival.'
'Eind juni ben ik uitgenodigd op het festival in het Russische Sint-Petersburg. Deze uitnodiging zal ik zeker niet afslaan. Het verblijf daar wordt door de organisatie aangeboden. Het transport moet ik wel zelf betalen. Ik zal er enkele dagen langer blijven, want het schijnt een erg mooie stad te zijn. En wat het festival daar betreft, zien we wel wat het wordt.'
Je kon Jan Decleir strikken voor de hoofdrol. Hoe was het om met hem te werken?
'Het voelde natuurlijk goed toen ik de bevestiging kreeg dat Jan die rol wou spelen. Hij had het scenario gelezen en zag dit wel zitten. Maar dan sta je daar als jong regisseurtje tegenover zo'n brok ervaring. Ik moet toegeven dat ik toch wel wat nerveus was in het begin. Maar dat moet je van je af kunnen zetten. Jan brengt vanuit zijn jarenlange ervaring zelf heel veel aan. Het is dan de opdracht en de kunst om er die dingen uit te halen die echt passen in het kader dat je zelf hebt uitgestippeld. Tenslotte blijf je als regisseur de enige die het totale plaatje in je hoofd moet zien.'
Van je eigen films kun je niet leven, hoe kom je dan aan de kost?
'Vooral als regieassistent bij andere regisseurs. En dat is zeer leerrijk. Want als je zelf een film regisseert, ben je zodanig begaan met en benomen door het scenario en bezig met je eigen ding, dat je soms nog moeilijk het overzicht behoudt. Als assistent ben je wat meer buitenstaander en kun je het hele gebeuren meer van op afstand bekijken. Ik werkte al bij Frank Van Passel en Hilde Van Mieghem. Het liefst doe ik natuurlijk fictie, maar ik werk om den brode ook voor kleine bedrijfs- en publiciteitsfilms. Zo blijft het in de vingers zitten.'
'Ik ben ook niet altijd aan het werk. Vaak hoor je pas een paar dagen op voorhand van een job of moet je soms twee weken op je kin kloppen. Daarnaast werk ik aan wat films voor diverse projecten. Zo heb ik voor de stad Ieper een filmpje gemaakt over Ieper als vredesstad. En momenteel ben ik aan het monteren voor een korte film die ik maak voor de Ieperse Nocturnes. Men heeft me voor deze theaterwandelingen gevraagd iets rond vestingbouwer Vauban te doen. Na enig denkwerk en overleg met de regisseur van de Ieperse theaterwandelingen is het een droombeeld van Vaubans kindertijd geworden.'
'Een paar weken terug hebben we met een vijftiental man een groot zandkasteel - een imitatie van vestingstad Ieper - opgetrokken op het strand van Zuydcote net over de grens. Een Iepers jongetje, Milan Vandenbilcke, speelt de rol van de kleine Vauban die de torens en vestingen zelfzeker optrekt en het gevecht met de zee aangaat, maar uiteindelijk moet toezien hoe de zee alles vernielt en verslindt. We zijn de beelden momenteel aan het monteren en het belooft wel leuk te worden.'
'Twee jaar geleden heb ik ook al eens twee filmpjes gerealiseerd voor de Nocturnes, maar toen lagen de scenario's vooraf al grotendeels vast. Nu kreeg ik veel meer vrijheid. Vorig jaar heb ik in Lichtervelde ook een filmproject begeleid met jongeren. Dat was eveneens een boeiende ervaring.'
Wanneer draait Peter Ghesquière zijn eerste langspeelfilm?
'Dat weet ik niet. Ik ben al twee jaar met een scenario aan het worstelen. Dit is een gigantisch proces. Een echte zoektocht. Ik blijf wel de poëtische stijl hanteren die ik in Schijn van de maan en Zondvloed gebruikte. Dat ligt me, het zit in me, het komt altijd terug. Ik hou ervan een eigen wereld en een eigen sfeer te creëren, liever dan zomaar de werkelijkheid te gaan nabootsen. Het is zeker niet vanzelfsprekend om een eigen langspeelfilm te realiseren. Maar ik blijf er in geloven, want als ik er zelf niet meer voor honderd procent in zou geloven, dan moet ik er nooit aan beginnen.'
Welke toekomstplannen heb je nog?
'Ik ben ondertussen een paar jaar samen met mijn vriendin. We hebben samen gestudeerd in Brussel. Ik koos voor fictie en Elke voor documentaire. Momenteel volgt ze een opleiding conflict en ontwikkeling en is het meisje zwaar aan het studeren. Maar wat de toekomst concreet zal brengen, weet ik niet. Dat is ook de uitdaging. Anders had ik beter een job van nine to five gekozen. Alle mogelijkheden liggen momenteel open. We zien wel wat er uitkomt.'
Hoe schat je het culturele aanbod in jouw Westhoek in?
'Heel positief. Er gebeurt heel wat in de streek. Zo bezocht ik onlangs een tentoonstelling van twintig jonge kunstenaars in het voormalige postgebouw in de Rijselstraat, het Steen der Tempeliers. Daar stonden werken van een twintigtal jonge Ieperlingen en er zaten zeker een paar erg knappe zaken tussen. Ik had ook het idee dat er toch behoorlijk wat belangstelling was voor die expositie.'
Hoe sterk blijf je West-Vlaming? Of groei je omwille van je job stilaan weg van onze provincie?
'Vanaf mijn derde middelbaar studeerde ik in Gent. Daardoor word je automatisch weggetrokken van Ieper. Momenteel heb ik nood aan de drukte van een stad als Gent of Brussel. Maar wie weet heb ik over vijf jaar wel nood aan de rust en de natuur van Heuvelland. Want dat vind ik een prachtige gemeente. Ik ken er een paar heel mooie plekjes, onder andere in Loker. Maar ik kom heel graag naar mijn ouders in Ieper. En dat is heus niet als de student van destijds, die er zijn vuile was kwam afleveren. Zeker niet, want recent hebben Elke en ik een eigen wasmachine gekocht.'
|