Hij maakt zich zorgen over het drankgebruik van de Nederlandse jeugd. ,,Dronken zijn is hip in Nederland, vaak drinken jongeren zich het ziekenhuis in en zijn ze er nog trots op ook’’, zegt hij. ,,Die trend uit zich in hun taal: dronkiebonkiebarf (dronken en ziek), panja kill (comateus dronken), droeloe (bezopen zijn), en ga zo maar door. Daarnaast zijn drugs weer heel populair, een joint heet tegenwoordig een powerpiet of een zuus.’’

Met de Vlaamse jongeren is het beter gesteld. Zij zijn braver, maar ook creatiever in hun taalgebruik. ,,In Nederland grijpt men vaker naar Engelse termen, vooral uit de hiphop- en rapcultuur. In Vlaanderen is de Franse invloed groter, een nieuw woord voor cool is bijvoorbeeld alijs, wat van à l’ aise komt.’’

Chillen

Daniëls leidt uit het taalgebruik de onverschillige van Nederlandse en Vlaamse jongeren af. ,,Chillen en boeiuh, wat oninteressant betekent, zijn de kernwoorden van de jeugd. Ze zijn niet bezig met presteren, ze lopen nergens echt warm voor. Politieke interesse is ver te zoeken en ook het milieu, wat toch een hot topic is, kan hen gestolen worden.’’

Steeds meer meisjes hanteren het specifieke taaltje. ,,Terwijl jongerentaal vroeger iets voor jongens was. Ik kan die evolutie afleiden uit het aantal woorden voor een knappe jongen: beerne, bloempjuh, chimboy, bips. Een mooie Vlaamse uitdrukking is een moveke placeren, wanneer je iemand gaat versieren. Of: zipp uw lip als je wil dat iemand zijn mond houdt.’’

Jongerentaal evolueert snel. ,,De gemiddelde houdbaarheid van een jongerenwoord is vijf jaar. Andere gaan langer mee, zoals cool: dertig jaar, een record. Er zijn ook eendagsvliegen zoals watskeburt, dat eventjes populair was door dat hitje.’’

Daniëls heeft zich kostelijk geamuseerd tijdens zijn onderzoek. ,,Vaak staan mensen negatief tegenover jongerentaal, maar ik vind het een creatieve aanvulling van de algemene taal. Dankzij jongeren vernieuwt taal, boeiend toch.’’