De eilandengroep van Malta, Gozo en Comino ligt als een Heilige Drievuldigheid in het hartje van de Middellandse Zee. Overal waar je gaat, tonen ze je de grandeur van de ridders van Sint-Jan. Al blijft Malta met zijn indrukwekkende rotslandschappen en glasheldere zee in de eerste plaats een parel van de natuur.
De kleine jongen in mij heeft altijd iets met ridders gehad. De macht van hun zwaard, de heroïsche kracht van hun harnas en de roem waarmee hun status gepaard ging, hebben mijn dromen vaak op hol doen slaan. Stiekem droom ik er nog altijd van terug te kunnen gaan in die tijd. Hoe onverschrokken zou ik dan niet geweest zijn. Mijn gids Clive Cortis lacht. 'Dan zal je op Malta je hartje kunnen ophalen. Het eiland ademt de geschiedenis van de ridders', zegt hij.
Hoe onverschrokken ik moet zijn, bleek al snel na mijn aankomst op de luchthaven. Een oudere taxichauffeur nam me mee op een helse rit naar het hotel, waarbij hij zo goed als alle verkeersregels aan zijn laars lapte. Nog nooit was ik zo opgelucht om mijn benen te kunnen strekken. Wanneer ik de volgende dag op de enige autosnelweg - of wat daarvoor moet doorgaan - een auto-ongeluk zie en mijn chauffeur zelf ternauwernood aan een ongeval ontsnapt, is het voor mij duidelijk: de toerist die zich op Malta met de wagen op de weg waagt, moet goed gek zijn. 'Het verkeer op Malta is de chaos', geeft Clive toe. 'Iedereen doet maar wat. Het ligt in onze mediterrane aard, zeker? We zijn met 400.000 inwoners en hebben 270.000 wagens.' Ik snak naar de rust en de eenvoud van de riddertijd.
De gloednieuwe euro's van Malta tonen hoe belangrijk de nalatenschap van de ridders is. Op de munten van 1 en 2 euro prijkt, net als op de handelsvlag van Malta, het achtpuntige witte kruis, het kenmerkende symbool van de soevereine ridderorde van Sint-Jan. De geschiedenis van Malta kun je niet begrijpen zonder het verhaal van die rooms-katholieke ridders, die 250 jaar over het eiland hebben geregeerd, bezweert de gids me. Hij neemt me mee naar Mdina , de stad op een heuvel in het hinterland, waar mijn tocht in de voetsporen van de ridders begint.
In de smalle steegjes hangt vooral een middeleeuwse sfeer, maar de barokke kathedraal en de versterkte wallen herinneren aan de aanwezigheid van de ridders van Sint-Jan, die zich bij hun komst op Malta in 1530 in de oude stad vestigden. De eenvoudig versierde buitengevel van de Sint-Pauluskathedraal steekt schril af tegen het rijkversierde interieur, dat een van de mooiste op Malta is. De macabere grafplaten, waaronder heel wat bisschoppen en edelen begraven liggen, zijn een aanval op mijn ogen.
De oude hoofdstad van Malta die haar naam van de Arabieren kreeg, wordt vandaag de Stille Stad genoemd, omdat er maar goed driehonderd Maltezen meer wonen. In de voormiddag gonst het er van de bedrijvigheid en moet ik uitkijken voor de bestelwagens die door de straatjes scheuren, maar in de namiddag lijkt het alsof alle leven er stilvalt en ik in een openluchtmuseum rondloop.
Achter de gevels van de versterkte paleizen in Mdina wonen nog altijd afstammelingen van enkele oude adellijke families, maar zij zijn een uitstervend ras. Jonge gezinnen komen zich niet in de stad vestigen, omdat de huizen, die beschermd werelderfgoed zijn, te duur zijn, en omdat het dagelijkse leven zich in Rabat, Arabisch voor 'voorstad', afspeelt.
De namen Rabat en Mdina zijn maar twee van de vele Arabische sporen op Malta. De Arabische invloed dateert van de negende en tiende eeuw, toen de Arabieren de christelijke bevolking van Malta overheersten. In veel familienamen en in de taal klinkt vandaag de Arabische nalatenschap nog altijd sterk door. Het Maltees is in feite een Arabisch dialect en de meeste Maltezen zijn van Arabische oorsprong. Alleen willen ze daar het liefst niet al te vaak op worden gewezen.
'O wee als je ons met Arabieren vergelijkt. Met hen willen we niets te maken hebben', zegt Clive. Hij kan er nog om lachen, maar voor andere Maltezen is het bijna een belediging. 'Malta is op-en-top katholiek', verklaart Clive. We kunnen er inderdaad niet naast kijken. Bijna op elke hoek van elke straat staat een kapelletje. Malta telt meer dan 350 kerken en ondanks het feit dat de archipel maar een zakdoek groot is, staan er drie kathedralen - in Valletta en Mdina op Malta en in Victoria op Gozo.
'De nalatenschap van de ridders van Sint-Jan is veel sterker dan die van de Arabieren', zegt Clive nog. 'De ridders bouwden evenveel kerken en kapelletjes als verdedigingsmuren.'
Ik denk na over die gespletenheid terwijl ik op een bootje door de Blauwe Grot vaar. De grot, in het zuiden van Malta, heeft die naam gekregen omdat het zeewater onder de rotsformaties door de lichtinval van de zon kobaltblauw kleurt, als je de grot voor het middaguur bezoekt. De Blauwe Grot, meer dan veertig meter diep uitgeslepen in de rotsen, is een oord van legenden. Het verhaal wil dat hier niet alleen de Sirenen de voorbijvarende schepen met hun betoverend gezang probeerden in de val te lokken, maar dat het ook een ideale schuilplaats was voor piraten voor ze de schepen aanvielen. Op de kliffen even verder staan nog de restanten van een uitkijktoren, gebouwd door de ridders om verdachte schepen van ver te zien aankomen.
Terug in het noorden bezoeken we de belangrijkste erfenis van de ridders: Valletta , de hoofdstad van Malta. Als een onneembare vesting schurkt de stad aan tegen wat een van de mooiste natuurlijke havens van Europa is. Grootmeester Jean Parisot de La Valette liet de eerste steen van de stad leggen in 1565, nadat het eiland het beleg van de Turken ternauwernood had weten af te slaan. De hele stad is ommuurd met verdedigingswallen van wel twintig meter hoog, een hoogstandje van de 16de-eeuwse militaire bouwkunst, en maakt van Valletta met recht en reden een beschermd monument.
Als je door de stad loopt, is het goed te zien dat ze vanuit het niets werd gebouwd. De straten zijn in dambordpatroon aangelegd. De eerste gebouwen die in Valletta verrezen, waren de auberges of hoofdkwartieren van de verschillende nationaliteiten die lid waren van de ridderorde van Sint-Jan. Opvallend is dat elke auberge zijn eigen kerk of kapel had en zijn eigen heiligen vereerde. Vandaar dat op bijna elke hoek van de straat de heiligenbeelden de toeristen aankijken en hen als het ware lijken uit te nodigen om binnen te gaan.
We steken door naar de Upper Barracca Gardens, vanwaaruit we een adembenemend zicht hebben over de haven en de drie stadjes die elk op een landtong zijn gebouwd. De kanonnen zijn nog altijd op de haven gericht, maar de houten fregatten van weleer zijn geruild voor vrachtschepen en cruiseschepen. Wanneer ik mijn blik langs de stenen wallen naar beneden laat dwalen, moet ik bijna duizelen. Pas hier komt het architectuurwonder dat Valletta is, helemaal tot zijn recht.
We mengen ons weer in het stadsgewoel en lopen langs de kathedraal, het Grootmeesterspaleis en de winkels van Republic Street. Dit is het hart van Valletta. Als een brede boulevard snijdt Republic Street dwars door de stad, helemaal tot aan het fort Sint-Elmo, het meest noordelijk gelegen punt van Valletta. Het is voetgangersgebied en de vele internationale winkelketens lokken massa's toeristen naar de straat. Maar als de avond valt, valt ook het leven hier stil. Voor het bruisende uitgaansleven moeten we niet in Valletta, maar in de naburige kuststadjes Sliema en St. Julian's zijn. Na uren geschiedenisles lijkt me dat een welgekomen afwisseling.
Na een duik in het helderblauwe water van de Blue Lagoon tussen de eilandjes Comino en Cominotto varen we per speedboot naar Mgarr , de haven van Gozo. Ook al lieten de ridders het eiland praktisch onbewaakt, waardoor het meermaals door piraten werd leeggeplunderd, toch is de invloed van de ridders ook hier onmiskenbaar aanwezig. In Mgarr worden we meteen verwelkomd door het indrukwekkende fort Chambray, dat in de 17de eeuw op de unieke grijsblauwe kliffen verrees om de kade te bewaken.
Op een heuvelrug in het midden van het eiland ligt de Citadel van Victoria. Het oude stadshart dateert van de late middeleeuwen, maar de muren werden nadien door de ridders opgetrokken. Het is akelig stil in Victoria, dat officieel de hoofdstad van Gozo is. Wonen doet er niemand meer, waardoor de citadel de aanblik van een ruïne heeft. Alleen voor de gebedsdiensten klimmen de bewoners van Rabat, de stad rond de citadel, de heuvel nog op.
Toch vind je in sommige huizen in de citadel nog gewoon de sleutel in het slot. Het is een oude gewoonte die uit de riddertijd stamt. Wanneer piraten het eiland plunderden en de mannen als slaven meenamen, lieten de huisvrouwen de sleutel op de buitendeur zitten zodat hun mannen bij hun terugkeer te allen tijde binnen konden komen.
Vanaf de stadswallen hebben we een panoramisch uitzicht over heel het eiland. Het valt me op hoe groen en rustig het eiland is in vergelijking met het rotsachtige en drukke Malta. De heuvelterrassen zijn schilderachtig en vruchtbaar, maar weer lijkt het alsof iedereen het eiland verlaten heeft. Zelfs de toeristen.
Mijn onverschrokkenheid wordt voor het laatst op de proef gesteld wanneer we het watervliegtuig naar Valletta nemen. Een tochtje van nauwelijks tien minuten. Terwijl we in de lucht gaan, zien we de eilanden van Gozo en Comino onder ons doorglijden. Ik kan bijna de wachttorens, die de ridders langs de kustlijn gebouwd hebben, tellen.