Elk jaar 'vergeten' 32.000 bedrijven hun belastingaangifte in te dienen. Ze komen daar goed mee weg, want amper één op de vijf wordt uiteindelijk toch belast. Tegen tarieven die al tien jaar lang niet meer werden aangepast.
Kamerlid Dirk Van der Maelen (SP.A) vroeg de cijfers op bij vice-premier en minister van Financiën Didier Reynders (MR). Het aantal bedrijven - groot en klein, van eenmans-zelfstandigen tot meer dan grote kmo's - dat geen aangifte doet, klimt lichtjes met de jaren, en steekt sinds het aanslagjaar 2006 (over inkomsten in 2005) boven de 32.000 uit. De toename voltrekt zich vooral in Vlaanderen, met meer dan 12.000 'fiscale zondaars', en in Brussel, met meer dan 10.000 'vergeetachtigen', terwijl het aantal overtreders in Wallonië tot ruim onder de 10.000 is gezakt.
Het totaal van 32.000 bedrijven die de fiscus niet willen kennen, komt neer op 7, procent van het totale aantal van zowat 420.000 gekende bedrijven. Ter vergelijking: uit een andere vraag, van Peter Logghe (Vlaams Belang), blijkt dat het aantal belastingplichtige particulieren dat geen aangifte doet, zowat 300.000 bedraagt. Walen en Brusselaars springen in vergelijking met Vlamingen veel lakser om met hun aangifte.
Het totaal van de loontrekkenden die de fiscus ontlopen, vormt een kleinere fractie van alle belastingplichtigen dan bedrijven die zich daaraan bezondigen. Bovendien daalt het aantal particuliere overtreders, omdat de fiscus wél greep heeft op loontrekkenden. Van der Maelen: 'Je moet het als loontrekkende niet riskeren geen aangifte in te dienen. Je krijgt gegarandeerd controle met een boete of belastingverhoging als gevolg.' Met die nuance dat hij uit eerdere vragen leerde dat de fiscus veel harder jaagt op Vlaamse spijbelaars dan op Franstaligen.
Wat gebeurt er met een bedrijf dat betrapt wordt op het niet-aangeven van de inkomsten? In theorie volgt een forfaitaire aangifte plus eventueel een boete. Een wet uit 2005, gestemd op voorstel van Van der Maelen, schakelde de forfaitaire aanslag gelijk met wat wordt afgedwongen van buitenlandse ondernemingen. Maar van die wet wordt zelden gebruikgemaakt. In 2007 werd amper één vijfde van de betrapte spijbelaars forfaitair belast. Dat cijfer daalt bovendien: het jaar voordien werd nog een kwart betrapte bedrijven uiteindelijk toch belast. De forfaitaire aanslagen die worden aangerekend, werden bovendien al in tien jaar niet meer aangepast of geïndexeerd. Van der Maelen interpelleerde Reynders daarover al herhaaldelijk. Zijn antwoorden evolueerden van 'ten spoedigste onderzoek hiernaar' (2005) naar 'onderzoek bijna afgerond' (2007) tot 'onderzoek afgerond, het dossier ligt ter studie' (2009).
De conclusie van Van der Maelen: de overgrote meerderheid van de bedrijven komt gewoon weg met het niet indienen van de belastingaangifte, en wie wel gepakt wordt, komt er goedkoop van af. 'Er heerst een klimaat van straffeloosheid en de straffeloosheid neemt zelfs toe. Dit schept oneerlijke concurrentie tussen de bedrijven en ondermijnt de fiscale rechtvaardigheid in het algemeen.'