|
|
29/01/2009
U houdt het meest van Alice NahonVlaamse poëzieliefhebber houdt van zijn klassiekers
'Avondliedeken III’, het gedicht dat aanvangt met de bekende versregel ‘’t Is goed in ’t eigen hert te kijken’ van Alice Nahon is door onze lezers uitgeroepen tot het meest geliefde gedicht van Vlaanderen. De dichteres kreeg de meeste stemmen achter haar naam met deze verzen die de lezer ertoe aanzetten ’s avonds even stil te staan bij hoe je door de voorbije dag bent gestapt .
In totaal twintig gedichten legden we op de site van onze krant voor aan onze lezers. Van klassiek werk van Gezelle, Alice Nahon en Paul van Ostaijen over de verzen van lievelingsdichters als Hugo Claus en Herman De Coninck tot hedendaags dichtwerk van bijvoorbeeld Mark Insingel. Samen met Willy Tibergien van het Poëziecentrum in Gent legden we deze shortlist aan volgens bekendheid. Gedichten die de dichters zelf vaak voorlezen, die keer op keer in bloemlezingen worden opgenomen of die gewoon tot het Vlaamse collectieve geheugen behoren. Dat laatste is doorslaggevend gebleken, want met Alice Nahons Avondliedeken III, Gezelles Het schrijverke en Paul van Ostaijens Marc groet ’s morgens de dingen bestaat de top drie helemaal uit klassiekers. Samen zijn deze drie goed voor ruim 60 procent van de stemmen. Is van Ostaijen een duidelijke derde, dan werd de strijd tussen Gezelle en Nahon om de eerste plaats met tienden procenten gestreden. Bij afsluiting van de telling, gistermiddag om 16 uur, bleek Alice Nahon een fractie meer stemmen te hebben gehaald dan de priester-dichter.
Avondliedeken III
't Is goed in 't eigen hert te kijken
Nog even vóór het slapen gaan
Of ik van dageraad tot avond
Geen enkel hert heb zeer gedaan;
Of ik geen ogen heb doen schreien,
Geen weemoed op een wezen lei;
Of ik aan liefdeloze mensen
Een woordeke van liefde zei.
En vind ik in het huis mijns herten,
Dat ik één droefenis genas,
Dat ik mijn armen heb gewonden
Rondom één hoofd dat eenzaam was,
Dan voel ik, op mijn jonge lippen,
Die goedheid lijk een avond-zoen.
't Is goed in 't eigen hert te kijken
En zó z'n ogen toe te doen.
Uit: Bloemen van 't veld (red Karel Jonckheere) Heideland-Orbis, 1970
Jo De Ruyck | |
|
 |
 |