|
|
04/07/2009
Lieve zus, letterlijk
Elke ochtend hoop ik wakker te worden met een zucht van opluchting dat het maar een akelige droom is. De werkelijkheid verhindert me te geloven dat je er nog bent. Diep in mij weet ik dat je worstelde met ontelbare vragen, met je zijn en worden. Je zocht voortdurend naar antwoorden die je wellicht niet van ons kreeg. Je hebt een lange weg afgelegd. Je werd zo broos en, breekbaar, diep vanbinnen.
Nog niet zo lang geleden was jij mijn steun en troost in bange dagen, toen ik ook even de weg kwijt was. Ik moest geduld hebben, zei je. Er komt een lichtpunt aan het eind van deze tunnel, geloof me, het vraagt wel even tijd. Tijd die jij jezelf niet genoeg gunde, vind ik. Iemand loslaten is wellicht niet onze sterkste kant.
Je grote sprekende ogen verloren hun glans, voorgoed echter. Ik kon je niet meer verstaan, het spijt me. Wat vroeger eenvoudig voor me leek, zonder dat we hoefden te praten, werd stilaan een steeds groter wordend raadsel. We zijn sprakeloos. Kon je maar heel even terugkomen. Onze pa wil je graag nog iets vragen. We hebben nog zoveel te vertellen. Het begrijpen komt later wel, de nacht lijkt een eeuwigheid nu je er niet meer bent.
Je hebt de grens bereikt, de oever. Jij koos voor wat voor ons het einde lijkt. Voor jou echter een nieuw begin. Het ga je goed nu, waar je ook bent. Licht en ruimte, stilte, kracht en kansen, rust van binnen. Daar aan de andere kant. En geef Sasja, die nu voorgoed bij je is, een lieve knuffel.
Ik heb je lief,
van je grote zus
De brief die zus Anja liet voorlezen
| |
|
 |
 |