Samira, een 35-jarige Palestijnse uit Halle staat te glunderen aan het onthaal van het OCMW in Halle met een kraaiende peuter op de arm. Samira mocht zonet een kauwgombal grabbelen uit de kauwgomautomaat die sinds kort aan de onthaalbalie staat. Een cadeautje als beloning omdat Samira aan het onthaal haar best deed om haar hulpvraag in het Nederlands te stellen. Haar zoontje is in zijn nopjes. Dat hier iets nieuws de hand is in het OCMW is duidelijk. In de hal hangen plaatjes met Nederlandse woorden naast de meest elementaire gebruiksvoorwerpen. Zo leren anderstaligen bij een bezoek aan het OCMW wat een raam is in het Nederlands, een klok, een deur, een kast en zo meer. Wanneer Samira verder haar uitleg mag doen in het kantoor van één van de sociaal assistenten, start het gesprek in het Nederlands. Een handige map met pictogrammen en foto's helpt om klanten als Samira duidelijk te maken waarover het gaat. Moeilijke begrippen als rekeninguittreksel, bankkaart of belastingsaangifte lijken aan de hand van foto's nu veel vlotter te vatten voor haar. Ze kan de uitleg van de sociaal assistente volgen.

'55 procent van onze OCMW-klanten in Halle zijn net als Samira anderstaligen', zegt Marie-Rose Harnie. 'We kunnen er niet om heen dat onze regio aan het verfransen is. Al enige tijd kampt het OCMW met een dualiteit: enerzijds willen we mensen die om hulp komen vragen zo efficiënt mogelijk helpen. Maar anderzijds is taal een steeds groter probleem. De gesprekken in een sociaal onderzoek zijn vaak complex en gevoelig. Dat is moeilijk in een taal die je niet beheerst. Moet sociale hulp voorgaan op het taalgebruik? Dat is de vraag die we ons de laatste jaren steeds vaker stelden. We zijn in samenspraak met het Huis van het Nederlands en de provincie tot de conclusie gekomen dat sociale hulp en taal eigenlijk samengaan. Wie in Vlaanderen woont en geen Nederlands kent, vindt moeilijk werk. In die omstandigheden ligt armoede dichterbij dan je denkt. Taal is in die zin ook een sociale aangelegenheid waar het OCMW een rol kan spelen.'

'Het OCMW wil zijn anderstalige klanten nu zoveel mogelijk overtuigen om Nederlands te leren', zegt Marie-Rose. We hebben met het personeel concrete afspraken gemaakt rond taalgebruik. We starten en eindigen elk gesprek steeds in het Nederlands. We geven de anderstaligen zoveel mogelijk de kans om Nederlands te spreken. Schakelen we over op een andere taal omdat de mensen de uitleg anders niet begrijpen, dan zeggen we dat ook expliciet. We engageren ons om onze formulieren in een zo eenvoudig mogelijk Nederlands op te stellen. Helaas kunnen we niet uitsluiten dat we af en toe Frans of Engels praten, maar we proberen het te beperken door een aantal regels op te leggen. Het Huis van het Nederlands en de provincie hebben ons goed op weg geholpen.'

'Naast die permanente inspanning houdt het OCMW ook taalactieweken. Bezoekers die inspanningen doen, worden dan beloond met een attentie uit de kauwgomballenautomaat. Er zijn voorleesmomenten voor anderstalige kinderen en een ceremoniemeester die de mensen hartelijk onthaald in het Nederlands. Op die manier willen we een positief klimaat scheppen tegenover het Nederlands', besluit Marie-Rose.

Het eigen taalsysteem van het Halse OCMW is een pilootproject en wordt met veel belangstelling gevolgd vanuit andere OCMW's en vanuit de provincie Vlaams-Brabant.