Al negen weken voert Lynn een pijnlijke strijd tegen een zeldzame ziekte die in een snel tempo haar hele lichaam dreigde te verlammen. Langzaam lijkt ze de strijd te winnen, maar ze weet dat ze nog een lange weg voor de boeg heeft. 'Het is enorm pijnlijk, mijn hele lichaam doet constant zeer', laat Lynn weten van op haar ziekenhuisbed op de dienst Intensieve Zorg in het UZ Gasthuisberg in Leuven. 'Maar minstens even erg is die afhankelijkheid. Ik mis mijn vrienden en mijn familie heel erg.'

'Het begon allemaal op vrijdag 11 december, toen ik een examen aflegde', vertelt de studente schoonheidsverzorging. 'Ik voelde me duizelig worden. Toen ik later naar de bus wandelde, zwijmelde ik op mijn benen. Mijn handen en voeten tintelden, alsof ik bij de tandarts zat. Mama was bezorgd, maar ik ben toch met mijn vriend Menno (19) naar Maastricht gegaan. 's Zaterdags voelde ik me doodziek. Ik moest overgeven, ik voelde me zwak, maar een huisarts zei dat het wel examenstress zou zijn.'

Eén op 100.000

'Toen Lynn zondagmorgen thuiskwam, ben ik meteen met haar naar het ziekenhuis gereden', zegt moeder Carine Discart (42). 'Het ging plots razendsnel. Toen we aankwamen, hadden we al een rolstoel nodig voor Lynn.' Eerst raakten haar benen verlamd, maar de verlamming was 's avonds al razendsnel omhooggetrokken tot onder de navel. 'Op maandag raakten ook stilaan haar vingers verlamd, haar gezicht, en dokters vreesden dat ook haar longen zouden stilvallen. Tests brachten geen duidelijkheid. Ze is die avond nog naar Leuven gebracht.'

Daar merkten de artsen dat ze aan het syndroom van Guillain Barré (GBS) leed, een zeldzame zenuwaandoening die slechts één op 100.000 mensen treft. Het syndroom ontstaat door een auto-immuunreactie op een infectie, bijvoorbeeld buikgriep. Het immuunsysteem van ons lichaam valt dan de eigen zenuwbanen aan, in plaats van de infectie. Jaarlijks worden in ons land 100 tot 300 mensen getroffen.

Lynn, die de zwaarste vorm van GBS heeft, kan zich niet herinneren dat ze in de weken vooraf een infectie heeft opgelopen. 'Mijn hele lichaam raakte verlamd', getuigt ze. 'Ik kon niet meer zien, kon zelfs mijn oogleden niet meer sluiten. Ik kon niet meer ruiken en ook mijn gehoor dreigde weg te vallen.' Na twee weken besloten de artsen Lynn in een kunstmatige coma te brengen omdat haar ademhaling steeds moeilijker verliep. Ze had toen al dagenlang niet kunnen slapen van de pijn.

'Voor Lynn leek het een opluchting: eindelijk slapen', zegt Carine. 'Wij waren heel bang. We hebben vaak gedacht dat we haar nooit meer mee naar huis zouden kunnen nemen.'

Herstel

Nu gaat het langzaamaan weer beter met Lynn. De eerste zeven dagen kreeg ze immunoglobulines toegediend, een soort eiwitten, maar het echte werk moet Lynns lichaam zelf doen.

'Ze kan ondertussen weer haar armen en benen bewegen, en ze ziet weer', knikt Carine. 'Deze herstelfase is echter de pijnlijkste, omdat de zenuwbanen zich repareren. Niemand weet hoelang het herstel nog zal duren. Het is zwaar voor ons gezin om zonder die deadline te zitten. Maar wij vragen ons vooral af hoe ons kind zal herstellen. 80 procent van de patiënten geneest volledig, de rest kent kleine tot grote gevolgen: ze hebben bijvoorbeeld weinig kracht in hun armen, of ze kunnen moeilijk stappen.'

Steun

'Na twee maanden ziekenhuis ben ik het grondig beu', zegt Lynn. 'Ik mis mijn vrienden en mijn hond Boebie. Ik miste de verjaardag van Menno, Kerst en nieuwjaar, en straks is het weer Valentijn.'

Haar vriend Menno, met wie ze anderhalf jaar samen is, rijdt dagelijks twee uur met de auto om Lynn elke middag in Leuven te kunnen opzoeken. Haar ouders rijden elke avond heen en weer tussen het Kempense Ravels en Leuven om haar bij te staan. En elk weekend komen haar vriendinnen haar een hart onder de riem steken. 'Ik heb wel 500 kaartjes gekregen', zegt Lynn. 'Eén kaartje was van Ruben, een motorcrosser die verlamd raakte. Hij heeft me een heel bemoedigende tekst geschreven. Zijn motto is: 'Gaat niet, bestaat niet'. Elke keer als ik het moeilijk krijg, trek ik me daaraan op. Zonder al deze mensen was het me nooit gelukt.'