OVERIJSE - Louis Laeremans (70) denkt als wielertoerist niet aan stoppen of aan een afbouw van zijn aantal kilometers. Dat schrijft hij elk jaar met drie nullen. Samen met zijn vrouw. Erik Van Eycken
'Over mijn fietsverleden kan ik een dik boek schrijven', zegt Louis (70) die heel even en in andere tijden prof was. 'In 1962, ik was er toen 22, kreeg ik mijn eerste vergunning bij de Belgische Wielrijdersbond. Ik koerste zowel op de weg als in het veld. Maar na amper een seizoen was dat profleven niet meer combineerbaar met het beroep van mijn ouders.'
Louis' ouders waren 'serristen'. Ze onderhielden vijftien druivenserres. Vaak moest hij meehelpen, zodat een grote profcarrière er nooit inzat. 'Ik fietste toen met Roger De Clercq (oom van ex-wereldkampioen Mario De Clercq, red.) en Lucien Goossens. Dat waren de grote namen toen. Het waren mooie tijden', zegt hij nostalgisch. Toen hij zijn vrouw Anny leerde kennen en in 1965 een huis bouwde in Overijse, kreeg zijn beroep als druiven- en fruithandelaar voorrang. 'Maar elk vrij moment kroop ik op de fiets. Ik herinner me nog dat ik enkele keren om vier uur 's ochtends naar Roubaix vertrok om er de klassieker te rijden'.
Maar bij die klassiekers zoals Luik-Bastenaken-Luik, Milaan-San Remo, de Amstel Gold Race of de Ronde van Vlaanderen bleef het niet. Louis belandde eerst bij De Pedalenclub in buurgemeente Hoeilaart om later over te stappen naar wielertoeristenclub 'tHoekske in Maleizen. 'Ik ben er enkele keren kampioen van de club geweest met meer dan 5.000 kilometer in clubverband. Daarbuiten trainde ik nog veel zodat ik jaarlijks tussen de 7.000 en de 8.000 kilometer reed', zegt hij. En de sleet zit duidelijk nog niet in de benen. 'Verleden jaar fietste ik 8.500 kilometer. Ik rijd meer met de fiets dan met de auto.'
Waarom hij een voorliefde heeft voor de fiets weet hij niet. 'Het zit in de genen. Ooit voetbalde ik ook, maar fietsen bleef mijn voorkeur genieten.' Van Walter Godefroot (Team Telekom) kreeg hij ooit enkele fietsen. 'Ik ontmoette hem vaak op wedstrijden. Vandaar', zegt Laeremans.
Enkele hoogtepunten uitkiezen is moeilijk. Zijn duidelijk voorkeur gaat naar de rit naar Rome in 1988. 'Op twaalf dagen fietsten we 1.720 kilometer. Als klap op de vuurpijl werden we toen ontvangen door de paus. Maar ook mijn tweede plaats in de Ronde van België voor wielertoeristen in 1995 staat bovenaan het lijstje.'
Het zwaarste wat de man naar eigen zeggen ooit reed was de rittentoer in Beaumont, in de Franse Ardennen. 'Nooit eerder heb ik zo afgezien', blaast hij. Deze zware bergritten zocht hij vroeger bewust op, maar hij geeft toe dat dit geen spek voor de bek meer is. 'Nu rijd ik rond de bergen', lacht hij Merckxiaans. 'Ik zoek regelmatig de wegen in Limburg op. Daar is het plat.'
Sinds 1992 rijdt ook zijn vrouw Anny mee. 'Ze doet het uitstekend. We rijden heel vaak samen. Door de jaren heen heb ik trouwens heel veel steun aan haar gehad. Als gedreven wielertoerist ben je vaak weg. En dat is voor een vrouw niet altijd even gemakkelijk. Want, na de ritten bleven we dikwijls lang hangen in de kroeg', geeft hij schoorvoetend toe.
In zestig jaar wielergeschiedenis - hij fietst sinds zijn tiende - kent Louis de gevaren van het fietsen maar al te goed. 'Gelukkig viel ik zelf nog maar drie keer, maar de situatie van de fietspaden in België is erbarmelijk. Vaak worden we als wielertoerist door automobilisten met de vinger gewezen omdat we niet op het fietspad rijden. Een beter onderhoud van de fietspaden dringt zich op voor een veiliger verkeer', besluit de man die sinds kort ook bij een van de grootste clubs in België (Sint-Pieters-Leeuw) is aangesloten.