Het was anders wel een droeve periode, 34jaar geleden. Toon was met de auto tegen een boom gereden. De installateur van centrale verwarming en zwembaden zou twee jaar op krukken lopen. ‘Dat liet letterlijk weinig ruimte voor hobby's. Dus smeet ik me helemaal op de modelbouw. Tot ik toevallig het plan van een echt vliegtuigje in handen kreeg. Vier jaar heb ik eraan gebouwd. Dan nog eens zes jaar gewacht op een vliegvergunning. Dan die eerste vlucht. Die vrijheid. Die snelheid ook. We zouden nooit meer terugkeren naar een leven zonder vliegen.'

Toon sleepte zijn vrouw Thea mee in de passie. Ze moest mee helpen bouwen. ‘Pas op, ik doe het graag. Toon is wel de baas. Hij zegt wat ik moet doen. Welke metalen platen ik moet plooien, waar er gaatjes moeten geboord, waar ik de nagels moet kloppen. Zo hebben we eigenlijk nooit ruzie. Die opwinding kan de secure vliegtuigbouwer wel missen', zegt Thea.

Ze hebben hun zaak verkocht en dan een nieuw huis laten bouwen. Helemaal rond hun hobby. Dus met een ruim atelier voor de vliegtuigbouw. Nu zijn ze zeventig en halfweg hun tiende vliegtuig. Eens iets anders: een vliegtuig in de vorm van een delta. Toon pakt er even zijn werkboekje bij: ‘Tijdens de winter werken we makkelijk acht, negen uur per dag in het atelier. In de zomer is dat veel minder. Bij mooi weer gaan we naar het vliegveld van Zwartberg en maken we een vlucht met een van onze negen machines.'

In het vliegtuig geldt dezelfde hiërarchie als in het atelier. Toon zit aan de stuurknuppel en Thea... ‘Ik navigeer. Dat wil zeggen: ik kijk afwisselend door het raam en naar de kaart en zeg dan hoe Toon moet vliegen. Nee, ik ben nooit bang in de lucht. Vaak is de autorit naar Zwartberg gevaarlijker dan de vlucht. We hebben nog maar één keer een harde landing gemaakt omdat de motor was uitgevallen.'

Soms vliegen ze ver. Naar Engeland of Italië. Met hun snelste vliegtuig staan ze daar op dik twee uren. Maar op een zomerdag vliegen ze toch liefst naar de Duitse Waddeneilanden.

Dan landen ze daar, huren bij het vliegveld twee fietsen, vertrekken voor een ritje, eten onderweg iets en vliegen bij valavond terug. ‘Hoeveel mooier kan je een dagje uit dromen?'

‘De zevende dag'

De dromen kosten natuurlijk wel wat, maar daarover willen Toon en Thea niets zeggen. ‘We hebben heel ons leven hard gewerkt. We hebben dit verdiend. Wat er na onze dood met al die vliegtuigen moet gebeuren, is het probleem van onze enige dochter. Helaas, ze is niet zo verslaafd aan vliegen. Maar zie ons toch niet al te zeer als twee gekken. We hebben ook andere interesses. Vorige zondag bijvoorbeeld zijn we met het Davidsfonds naar De zevende dag gegaan. En dansles, dat doen we ook.'