‘Gierzwaluwen herkent men aan hun donkere kleur en hun lange sikkelvormige vleugels, waarmee ze een beetje op een anker gelijken’, zegt Erik De Keersmaecker van Natuurpunt Rupelstreek.

Srie Srie Srie

‘Van eind april tot eind juni komen ze naar onze steden en dorpen om te broeden. Dan scheren ze laag over de daken en tussen de huizen door, terwijl ze een hoog ‘srie srie srie’-geluid laten horen. Met hun torpedovormige lichaam kunnen ze snelheden halen tot 120 kilometer per uur. Slapen en eten doen ze in de lucht. Ze vliegen met hun bek open en vangen zo massa’s insecten. Van de buit maken ze een voedselbal voor hun jongen’.

Dezer dagen zijn de gierzwaluwen dus terug uit hun overwinteringsgebieden in Afrika. Ze houden ons nog ruim twee maanden gezelschap en vertrekken dan weer naar het zuiden.

Extra broedplaatsen

‘De gierzwaluw komt alleen maar aan land om te broeden’, licht De Keersmaecker toe. ‘Dat doen ze door hun nesten te bouwen in spleten en gaten in muren van huizen, scholen en fabrieken. Doordat oudere gebouwen vaak gerenoveerd of gesloopt worden, verdwijnen er vele potentiële broedplaatsen.’

Het is dan ook om deze reden dat Natuurpunt Rupelstreek en Regionaal Landschap Rivierenland diverse projecten hebben uitgewerkt tot behoud van de gierzwaluw als broedvogel in onze contreien. Na Boom kwam ook de gemeente Niel aan de beurt.

‘In de dorpskern van Niel broeden jaarlijks ongeveer 20 paartjes gierzwaluwen’, weet De Keersmaecker. ‘We werken samen met de gemeente om deze prachtige vogel hier te houden.’

Zo werden er op 2 mei jongstleden, met medewerking van de Nielse brandweer, kunstnesten geplaatst aan de Gemeentelijke Basisschool en de Kunstacademie van Niel.

Meer informatie over het Gierzwaluwproject is te bekomen bij Regionaal Landschap Rivierenland (www.rlrl.be) of bij Natuurpunt Rupelstreek (www.natuurpuntrupelstreek.be).