In zijn veertigjarige carrière in de filmwereld blikte Corneau 21 films in. Corneau was een groot bewonderaar van de Amerikaanse film, wat zich in het begin van zijn carrière vertaalde in de neo noir-trilogie 'Police Python 357' (1976), 'La Menace' (1977) en 'Le choix des armes' (1981), films waarin telkens Yves Montand de hoofdrol vertolkte.

Tussen die films in draaide hij met 'Série Noire' (1979) een ander meesterwerkje vol absurdistische en zwartgallige humor, en met een weergaloze Patrick Dewaere. Op zijn ambivalente houding tegenover de Amerikaanse cultuur ging Corneau nader in in 'Le nouveau monde' (1995), waarin een Franse maagd in de vroege naoorlogsjaren tot grote irritatie van haar vriendje wegsmelt voor een GI.

Geheel anders van toon was Corneau's somber-ingetogen meesterwerk 'Tous les matins du monde' (1991), over de 17de eeuwse meesterviolist De Sainte Colombe (rol van Jean-Pierre Marielle).

Het historische WOI-drama 'Fort Saganne' (1984) en het trage, maar fascinerende 'Nocturne Indien' (1989) gelden als de bekendste films van Corneau.

In 2003 draaide hij nog het frivole 'Stupeur et Tremblements', naar de gelijknamige roman van de Waalse schrijfster Amélie nothomb over de cultuurshock van een westerse (Nothomb) in Japan. En dit jaar nog schreef en regisseerde hij de film 'Love Crime', een misdaadthriller met Ludivine Sagnier en Kirstin Scott Thomas die veertien dagen geleden in België in (wereld)première ging.

Alain Corneau was de levensgezel van filmmaakster en schrijfster Nadine Trintignant.