De prijsafspraken gebeurden binnen de schoot van bedrijfsverenigingen. Aanvankelijk was dat alleen in Antwerpen, maar nadien werd dit volgens het Auditoraat uitgebreid naar de andere zeehavens, in Gent en Zeebrugge.

Volgens auditeur-generaal Bert Stulens zijn met de zaak, waarover in 2006 huiszoekingen plaatsvonden, 'gigantische bedragen' gemoeid.

De prijsafspraken over het laden en lossen in de havens gebeurde bij vier ondernemersverenigingen en acht ondernemingen. De zaak kwam aan het rollen doordat één van de bedrijven een clementieverzoek indiende.

De zaak zal nu door een kamer van de Raad voor de Mededinging worden behandeld. De betrokken verenigingen en ondernemingen zullen zich er kunnen verdedigen. Het is de kamer van de Raad die zal beslissen of er een inbreuk is begaan op het mededingingsrecht. De eventuele boetes kunnen oplopen tot maximaal 10 procent van de wereldomzet.