Ontspannen zit er niet echt in als je dochter haar 18de verjaardag viert en je huis is volgepropt met een cocktail van testosteron en wodka. Je kan ook niet zomaar gaan slapen, deels omdat je bang bent dat iedereen zwanger zal geraken, maar vooral vanwege het lawaai. Ik ging dus niet slapen. Ik bleef de hele nacht op, compleet vergeten dat ik de volgende ochtend om 11 uur werd verwacht in de kernvrije, veganistische buurten van Noord-Londen. Gelukkig had ik een chauffeur besteld. Helaas daagde die op in de gloednieuwe Rolls-Royce Phantom van de tweede generatie. Aanvankelijk ging alles goed. Bemoedigd door een met drank gevoede tevredenheid over het feit dat niemand zijn eigen hoofd had afgesneden of een kind had gebaard, liet ik mij vallen op de ruime achterbank, omgeven door een warme Ready Brekgloed (in de reclamespots voor het Britse ontbijtgranenmerk Ready Brek waren de kinderen destijds omgeven door een oranje gloed, nvdr.).

Maar ongeveer 20 minuten later begon het effect al te minderen. En toen we Londen naderden, begon ik te vrezen dat ik ging sterven. Tien minuten later was ik bang dat ik niet zou sterven. In mijn hoofd kwam een vloed van misselijkheid opzetten die zich manifesteerde in golven van zware pijn en zweten over het hele lichaam. Het enige wat ik wilde, was slapen maar doordat de bestuurder niet bekend was met Islington –er is daar niet veel vraag naar testritten met een Rolls-Royce– moest ik hem helpen de weg te zoeken. 'Kan je zo hard mogelijk rijden', vroeg ik, 'tegen een lantaarnpaal?' Uiteindelijk kwamen we aan en ik deed een interessante ontdekking. Als je uit een Rolls-Royce stapt, temidden van een kudde voetbalfans, dan vinden ze elkaar in de overtuiging dat je een rukker bent. Ze verkondigen dat luidop en bij herhaling, en aangezien je dezelfde richting uitstapt als zij, houdt het niet op.

Ik arriveerde in de loge van mijn gastheer in een vlaag van zweet, misselijkheid en beledigingen, om vast te stellen dat een van de andere gasten een autojournalist was die zijn lezers ooit had bezworen dat mijn mening waardeloos was omdat ik een multimiljonair was die op het eiland Man woonde om de fiscus te ontvluchten. Ik had hem al de hele tijd willen vragen waarom de mening van een 'multimiljonair' minder relevant is dan die van pakweg een onderwijzer, en hoe hij erbij was gekomen dat ik vluchtte voor de belastingen. Maar jammer genoeg had ik, toen het ogenblik was gekomen, andere dingen aan mijn kop, namelijk beletten dat ik van mijn stokje ging. De wedstrijd was ellendig. Er werden geen goals gemaakt. En toen werd ik geconfronteerd met het probleem van hoe door het volk tot bij de wachtende Rolls te geraken. Terwijl we opstapten was iedereen erg vriendelijk. Er waren wat goedbedoelde plaagstootjes over mijn steun voor Chelsea en een paar vragen over het gebit van Richard Hammond, en alles ging goed...

Tot ik in de Rolls stapte, en ik plots weer een rukker werd. Daar zat ik dan, met het gevoel van een zak vel vol kots, achterin een Rolls die stilstond omdat een grote horde van Islingtoners gebaren maakte en kreten slaakte. Oh, en iets wat je misschien graag wil weten: als je op de knop drukt die een scherm neerlaat voor de achterruit, maak je alles nog tien keer erger. Ik weet niet goed waarom, maar tegenwoordig mag je een bankovervaller zijn, of een vechtersbaas, of een oplichter, allemaal oké. Je mag een drugsverslaafde zijn of een gluurder. Maar o wee als je rijk bent. Elke dag vindt de Daily Mail wel iemand met een hoog salaris om genadeloos de spot mee te drijven. De leiderskwaliteiten van David Cameron worden in vraag gesteld, alleen maar omdat hij als welgesteld wordt beschouwd. Omdat mijn dvd's bestsellers zijn vindt Autocar dat ik niet langer in staat ben om na te denken. Een extreemlinkse kandidaat voor de Franse presidentsverkiezingen stelde een belastingtarief van 100procent voor op alle inkomsten boven 360.000 euro per jaar en ik durf te wedden dat zo'n voorstel hier op bijna unanieme bijval zou kunnen rekenen. Er heerst een stemming, die natuurlijk compleet verkeerd is, dat iedereen die wat centen heeft, die gestolen moet hebben uit een collectebus of van een verpleegster.

En er is natuurlijk geen groter statement van weelde dan een Rolls-Royce Phantom. Wat verklaart waarom de stille peis-en-vreebrigade van Arsenal veranderde in een leger dat zelfs het hart van Stalin zou hebben verblijd. Daarom deze absolute tip: als je het jongste model van de Phantom koopt, blijf dan in godsnaam weg van de menigte. Op het eerste gezicht lijkt de nieuwe auto zeer sterk op de oude. Vooraan zijn de koplampen lichtjes anders en achteraan zit er een chroomlijst op de bumper. Er zijn ook nieuwe velgen, maar het is eerder een lichte verandering van kleerkast dan een volledige liposuctie, borstvergroting en buikcorrectie. Binnenin is het zowat hetzelfde verhaal. Een rist kleine cosmetische ingrepen die me deden denken: 'Oh nee, ik word niet goed.' Jij, daarentegen, zult je afvragen: 'Ik weet dat de vorige Phantom verdomd goed was maar er was toch zeker ruimte voor iets meer verbetering dan dit.' Wel, er is verbetering, je kan ze alleen niet zien. Negen jaar geleden, toen de eerste Phantom uit de fabriek in Goodwood, West-Sussex, naar buiten rolde, deed Rolls-Royce alle moeite van de wereld om te benadrukken dat, ondanks het feit dat het bedrijf eigendom was van BMW, de auto slechts 15procent van zijn onderdelen gemeen had met een 7-serie. Geen probleem dat een van die componenten de 'motor' was; de fabrikant had gelijk: de Phantom voelde langs geen kanten aan als, zag er niet uit als en reed niet als een BMW.

Sedert de lancering van de Phantom heeft BMW een reeks elektronische verbeteringen ontwikkeld die nu verkrijgbaar zijn op een 1-serie van 22.500 euro. Maar niet op zijn Roller van 440.000 euro. Dus? Wat nu gedaan? Al die moeite en uitgaven doen om nieuwe elektronica te ontwerpen voor de Rolls? Of gewoon BMW-spullen gebruiken? Dat laatste is wat het bedrijf gedaan heeft. De meesturende koplampen. De 3D-gps. De USB-aansluiting. Het is een woud van BMW-technologie, en weet je wat. Het is heiligschennis en het is verkeerd –en het kan mij echt niet schelen. Want alhoewel er nu een eerder verontrustende Dynamicoptie is voor zij die hun Rolls-Royce rond de Nürburgring willen sturen, de Phantom voelt, rijdt en ziet er nog altijd uit als niets anders. Het is een sublieme ervaring, zoals in een warm bubbelbad kruipen en je nadien in een andere wereld wanen. De kwaliteit is ongezien. De 18 koeien bijvoorbeeld die hun huid geven om de zetels van een auto te maken, worden ver weg gehouden van prikkeldraadafsluitingen en alle andere dingen die hen ongemak zouden kunnen geven. En Rolls heeft een nieuw kleuringsprocédé ontwikkeld waarbij de kleurstof volledig de huid doordrenkt, om er zeker van te zijn dat hij nooit kan barsten. Dat soort aandacht voor details vind je zelfs niet in een paleis.

De tapijten zijn dikker dan diegene die bij je thuis liggen, de houtafwerking is weergaloos, de art-decolampjes zijn wonderlijk om te zien, de V12-motor is geruisloos, het rijcomfort komt recht uit het boek van Aladdin en de vele snufjes zijn mooi weggestopt. Je kan dat zien aan de versnellingspook, die 8 versnellingen ter beschikking heeft maar jou enkel de keuze laat tussen vooruit, achteruit of geen van beide. De nieuwe Phantom is bijgevolg een intelligente en bescheiden stap vooruit tegenover wat de enige auto ter wereld was –en is– die je volledig losmaakt van de werkelijkheid. Onthoud echter dat hij, als je ermee naar de verkeerde plaats rijdt, mensen die anders normaal zijn, hun verstand doet verliezen.

Onder de kap
Motor: 6749 cc, V12
Vermogen: 460 pk
Koppel: 720 Nm
Overbrenging: Automatisch, 8 versnellingen
Topsnelheid; 240 km/u
Acceleratie: In 5,9 sec van 0 tot 100 km/u
Verbruik: 14,8 l/100 km
CO*-uitstoot: 347 g/km
Prijs: 438.000 euro

Clarksons verdict
Niemand is beter in luxe dan Rolls-Royce