Het krekengebied was ooit bijzonder visrijk, verduidelijkt Kathleen Seynhaeve van de Meetjeslandse gemeente Sint-Laureins. 'Men ving vaak te veel vis voor onmiddellijke consumptie en inleggen was de enige manier om de vangst een tijdje te bewaren.' Oorspronkelijk gebeurde het inleggen in stenen potten die bewaard werden in een kelder. Nadien kwamen de glazen potten en/of weckpotten. Paling uit 'Sente' wordt eerst in moten van drie centimeter gesneden en gekookt. Daarna wordt de bouillon gezeefd en worden er gelatine, azijn en een schijfje citroen aan toegevoegd.

Het 'Vlaams gerookt rundvlees' is een van de oudste charcuterieproducten in Vlaanderen. Slager J. De La Court uit het Antwerpse Zandvliet streek een erkenning op voor zijn 'rookvleesch', waarbij Antwerpse filet samen met de platte bil van vrouwelijke Belgische witblauw-runderen wordt verwerkt. Vooral het roken in beukenhout, waardoor het vlees droger wordt, onderscheidt zijn product van anderen.

De 'Maaslandse boerenhesp', aangeboden als 'Eddy's rauwe ham', van Eddy Slootmaekers uit het Limburgse Neerharen wordt ook erkend. Zijn 'shinken', ingewreven met zout en zeven maanden gedroogd, worden het liefst in reepjes bij de boterham gegeten.

De laatste erkenning gaat naar 'het rundvlees van het rood ras van West-Vlaanderen', waarvoor allicht dit jaar een dossier voor een Europese erkenning wordt ingediend.