Om in 2013 in aantal te blijven, zullen militairen van het Belgisch leger die hun pensioen naderen, vanaf volgend jaar niet langer kunnen rekenen op het systeem van vrijwillige opschorting van prestaties. Dat systeem biedt militairen de kans om vanaf vijf jaar voor hun pensioen af te zwaaien, met behoud van 75 procent van hun laatste brutoloon, ongeacht hun rang als vrijwilliger, onderofficier of officier.

'Om het aantal manschappen op 32.000 mannen en vrouwen te houden binnen Defensie, heeft minister De Crem beslist geen VOP toe te kennen in 2013', bevestigt men woensdag op zijn kabinet. Dat cijfer ligt vast in de regeerverklaring van de regering-Di Rupo en volgens Defensie is de maatregel niet langer nodig om die personeelsdoelstelling te halen.

Dit jaar gaf De Crem 1.118 militairen nog groen licht voor vrijwillige opschorting van prestaties, onder wie 44 officieren, 490 onderofficieren en 584 vrijwilligers. De maatregel hielp het leger de voorbije jaren afslanken, maar dreigde het aantal manschappen onder de afgesproken 32.000 te doen zakken.

Statuut van korte duur

De Defensieminister heeft op de vergadering met de legerbonden ook zijn voorstel voor een statuut van korte duur voor militairen voorgesteld. Daarmee hoopt hij het leger te verjongen.

Het statuut zal gestoeld worden op het gemengde loopbaanconcept. Dat werd al in januari 2007 bij wet ingevoerd, maar bleef voorlopig dode letter bij gebrek aan uitvoeringsbesluiten. Defensie actualiseert de wet van 2007 nu onder meer door de invoering van vakrichtingen, een uitwerking van de operationele categorieën, sociale promotie en de herklassering van militairen. 'Het uiteindelijke doel is om maximaal twee types loopbaan over te houden', luidt het.

Ook de administratie van het Belgisch leger was volgens De Crem aan een update toe.

Verwacht wordt dat nu formele onderhandelingen zullen worden opgestart.