Het Comité I stelt vast 'dat het ontbreken van een globaal federaal beleid inzake informatieveiligheid ons land zeer kwetsbaar maakt voor aanvallen tegen zijn vitale informatiesystemen en -netwerken'. Er zou "één centrale dienst voor de beveiliging van ICT-systemen" moeten komen.

'Dit leest als een uitnodiging voor terroristen die ons land willen destabiliseren om de trainingskampen in te ruilen voor een avondcursus ICT', zegt N-VA-Kamerlid Ben Weyts. Belnis, het federaal overlegplatform rond informatieveiligheid, had in 2007 al gewaarschuwd dat informatieveiligheid in ons land te fragmentair werd aangepakt. 'Er kwam een witboek met aanbevelingen, maar je moet die natuurlijk ook uitvoeren', zegt Weyts.

Naast de kwetsbaarheid tegen cyberaanvallen maakt het jaarverslag ook duidelijk dat de uitwisseling van concrete informatie tussen de inlichtingendiensten onderling en tussen deze diensten en de politie nog steeds niet goed verloopt. Dat bewijzen hun acties rond Lors Doukaev, de Tsjetjeense Belg die in 2010 in Kopenhagen een aanslag wou plegen op de Deense krant Jyllands Posten vanwege de 'Mohammedcartoons'. De militaire inlichtingendienst ADIV, de staatsveiligheid en de federale politie hadden voordien elk informatie verzameld over Doukaev, maar wisselden die niet uit. 'Er zijn geen structurele procedures voor gegevensuitwisseling', besluit Weyts.

De N-VA wil zowel over de cyberveiligheid als over de informatiedoorstroming een hoorzitting met de bevoegde ministers.