Het was een stokoude man die gisteren door twee agenten de rechtszaal in Veurne werd binnengeleid. Hij liep voorovergebogen. Zijn uitgedunde grijze haren stonden alle kanten uit. Het ook al grijze gevangenisplunje leek enkele maten te groot voor zijn gekrompen lijf. Maar toch was hij geboeid, want Jan Caubergh sleept een reputatie met zich mee. Hij staat bekend als aartsgevaarlijk.

'De Jan Caubergh die ik vandaag gezien heb, lijkt totaal niet meer op de man die mij zeven jaar geleden bijna heeft doodgestoken', zei slachtoffer Kris Timmerman achteraf. 'Toen was hij nog een reus van een kerel. Een vent van meer dan honderd kilo, tegen wie ik mij onmogelijk kon verweren. Nu - zeven jaar later - is die gevaarlijke reus een oude man geworden. Het is zelfs een mirakel dat hij hier nog staat, want hij zou de voorbije jaren al twee hartaanvallen gehad hebben.'

Neergestoken met taartmes

De feiten van die warme junidag in 2003 liggen bij Kris Timmerman nog vers in het geheugen. Hij moest die dag vanuit de gevangenis van Leuven Centraal een dagje op stap met Jan Caubergh. Een humanitair uitstapje met een moordenaar die zo gevaarlijk werd geacht dat hij nooit meer kon vrijkomen. Om hem af en toe toch nog even van het echte leven te laten proeven, mocht Caubergh wel vier keer per jaar even naar buiten, onder begeleiding.

'Ik was al twaalf keer eerder met hem op stap geweest, en dat was altijd vlot verlopen. We gingen naar de winkelstraten aan de kust, beklommen samen het belfort, bezochten een museum. Maar die laatste keer wilde Caubergh naar de duinen om daar te picknicken. Aan het einde van de maaltijd vroeg hij of hij even mijn mes mocht gebruiken om zijn taart te snijden. Hij was nog zo vriendelijk om mij een stuk te geven. En toen viel hij mij plots aan. Met mijn eigen mes. Daarna zette hij het op een lopen, mij voor dood achterlatend.'

Timmerman kon nog rechtstaan en hulp zoeken. Als bij wonder overleefde hij de aanslag. Caubergh werd snel opnieuw opgepakt en weer opgesloten. Het onderzoek leek zo eenvoudig dat een snel proces voor de hand lag. Maar toch duurde het zeven jaar voor Caubergh gisteren eindelijk voor de rechter kon worden gebracht.

Timmerman zelf werkt ondertussen al lang niet meer voor justitie. Het kwam tot een zwaar conflict omdat hij van oordeel was dat het gevangeniswezen niet voldoende had gedaan om hem te beschermen.

'Ik herinner mij niets meer'

Gisteren zou er voor Timmerman een einde komen aan het lange wachten op gerechtigheid. Maar weer liep het mis. Caubergh verscheen immers zonder advocaat. Niemand had hem gezegd dat hij er eentje moest zoeken, vertelde hij de rechter.

Even leek het erop dat hij zichzelf zou verdedigen. Wat moeilijk zou worden, want hij zei al meteen dat hij zich niets meer kon herinneren van een moordaanslag in de duinen. Uiteindelijk gaf de rechter hem nog twee weken om alsnog een advocaat te zoeken, die het dossier met spoed zal moeten instuderen.

Niet dat het in de praktijk veel verschil zal maken. Caubergh maakt deel uit van de negatieve selectie, een klein groepje gedetineerden dat nooit meer naar buiten mag wegens 'te gevaarlijk'. Hij heeft tijdens zijn korte perioden van vrijheid een spoor van ellende nagelaten. In 1964 schoot hij een verpleegster neer tijdens een overval. 'Die jonge vrouw overleefde, maar raakte zo verminkt dat ze zich nadien van het leven beroofde', zegt Rik Ascrawat, de advocaat van Timmerman.

Kort na zijn vrijlating verkrachtte Caubergh in 1979 zijn 19-jarige zwangere buurmeisje. Hij maakte haar daarna af met een rugschot. Toen de politie hem wilde oppakken, verwondde hij een agent met een karabijn. In zijn woning vonden ze later zijn 24-jarige vriendin en hun dochtertje. Allebei gewurgd.

Het leverde hem de doodstraf op, die omgezet werd in levenslange gevangenisstraf. Letterlijk, in zijn geval.