OOSTENDE - De traditionele vismijndiscussie tussen Jean-Marie Dedecker en Yves Miroir kreeg een opvallende wending. Johan Vande Lanotte mengde zich nu ook in het debat.
De opstart van de vereffening van drie belangrijke vennootschappen in het vismijndossier – het autonoom gemeentebedrijf, de nv Exploitatie Vismijn Oostende en de nv Pakhuizen – was voor Jean Marie Dedecker wellicht een van de laatste kansen om het vismijndossier in de gemeenteraad nog eens op tafel te gooien. De Europese Commissie veroordeelde de stad immers voor onrechtmatige steun aan de vismijn en inmiddels zijn ook de vismijngebouwen in Vlaamse en de concessie in Zeebrugse handen gekomen.
‘Ik waarschuw al zes jaar en in die periode is het totaal verlies voor de drie bedrijven opgelopen tot 25miljoen euro. Ik lees dat af uit de boeken en ik eis een externe audit. Desnoods betaal ik zelf dat fiscaal onderzoek', zei Dedecker, met de balansen in de hand.
Dedecker wees er ook op dat van de klachten tegen ex-bestuurders nog niet veel in huis is gekomen en dat de buitenlandse investeringen zeer dubieus waren.
Vande Lanotte moeit zich
Volgens Yves Miroir (SP.A), de bevoegde schepen, is er echter nog discussie over het bedrag dat ze moeten terugbetalen. ‘Er zijn bepaalde beslissingen genomen waar we niet achter stonden, maar dat is niet de reden van de vereffening.'
De discussie leek op een heruitgave van de debatten van de voorbije jaren, waarbij beide politici vooral naast elkaar praatten. Maar Geert Lambert (Groen!), sinds kort op de oppositiebanken, liet deze keer ook van zich horen: ‘We moeten opletten dat we met het Kursaal niet dezelfde fout maken.'
Het was echter vooral Johan Vande Lanotte (SP.A) die tegenwind bood. ‘Tussen 2002 en dit jaar werd elk jaar 600.000 euro gegeven aan de vismijn. Dat is de helft van het bedrag dat er voorheen werd ingestopt. In die periode steeg het marktaandeel van 18 naar 45 procent en was er meer tewerkstelling.'
Vande Lanotte merkt ook op dat de klachten, onder andere van de Zeebrugse Visveiling, pas kwamen toen de Oostendse vismijn plots vooruit begon te gaan. ‘De overname van de concessie door de Zeebrugse visveiling is trouwens pas definitief als er een overeenkomst met de stad én een sociaal akkoord is.'