Zicht op Kuttekoven. els
© Egide Lismond
HASSELT - Waar de naam Kuttekoven vandaan komt? Het nieuwe verklarend woorden- boek 'De Vlaamse Gemeentenamen' legt het van naaldje tot draadje uit.
op Facebook
Het nieuws uit in je Facebook nieuwsfeed?
De Vlaamse Afdeling van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie heeft een parel op de markt gebracht. Het hebbeboek verklaart de herkomst van alle Vlaamse gemeentenamen, deelgemeenten en gehuchten. Netjes wetenschappelijk geduid en voorzien van de dialectische uitspraak.
Waar Tongeren, Maaseik en Hasselt hun naam vandaan halen, is algemeen bekend: dankzij de Germaanse Tungri, een knoert van een eik aan de Maas, en de hazelaar. De etymologie van de meeste Limburgse andere steden en dorpen is in nevelen. Dit boek brengt daar verandering in.
Zoals in heel Vlaanderen geven vele Limburgse plaatsnamen een beeld van de laatste, Germaanse bevolkingsinstroom, die zich van de tweede eeuw voor onze tijdrekening tot de zesde eeuw erna voltrok. Het moment dat Riko (Riksingen), Odo (Uikhoven), Occo (Eksel), Bobilo (Bovelingen) Bodmar (Bommershoven), Buvo (Buvingen), Godo (Gotem), Theudo (Diepenbeek), Gangilo (Gingelom) en Winibrecht (Wimmertingen) hun oog op een Limburgse lap grond hadden laten vallen. Beringen op de mensen van Bero, Vlijtingen was nederzetting van de lieden van Fleido en Winterhoven is de boerderij van meneer Winidhari. Lanaken wijst op een nederzetting van ene Hludo, uit te spreken als Lado.
Heel veel Limburgse streeknamen wijzen op de oude familie of clan die duizenden jaren geleden in de streek waren gesetteld. De meest tot de verbeelding sprekende Limburgse plaatsnaam met een Voorgermaanse wortelnaam is zonder twijfel Kuttekoven. Een alleraardigst plaatsje dat niets met een lustoord vandoen heeft, zoals speelse geesten soms denken. 'Kutte' komt van de persoonsnaam Cotto; Kuttekoven betekent 'bij de hoeve van de mensen van Cotto'.
Nog andere namen zijn verbonden met oudere bevolkingsgroepen - Duras is een prehistorische nederzettingsnaam - of met latere: zoals de Gallo-Romeinen. Alken bijvoorbeeld betekent eigendom van Allius, Genk was van Ganius en Gelik van Galius. Zelfs in de middeleeuwen werden er nog namen uitgedeeld: Zutendaal is een middeleeuwse fantasienaam van de norbertijnen van Averbode. Een samenstelling van het middelnederlands 'suet', aangenaam of liefelijk, aan dal. De naam kan in verband staan met de in de middeleeuwen ontstane, plaatselijke Mariadevotie.
Interessant ook: vele namen verklappen iets over de woestheid van het vroegere Limburgse landschap voor de mens er massaal neerstreek: het oude Achel was een moerasbos, Berbroek een moerasgebied met weinig of geen begroeiing en Kozen gaat terug op een waternaam die 'bruisen, borrelen' betekent. Lommel was een bos bij een moerassig gebied, Neerpelt een moerasland en Lummen een moddergat.
De heerlijke naam Gruitrode betekent waarschijnlijk 'plaats waar wilde rozemarijn of gagel werd gerooid. En dan zijn er nog de streeknamen wier betekenis onzeker blijft: Bree, Velm, Riemst, Leut, Mielen-boven-Aalst, Vechmaal en bovenal Dilsen: de naam van deze Maasplek lijkt wel uit het niets gekomen. 'De Vlaamse Gemeentenamen' wordt uitgegeven door het Davidsfonds.