Driehonderd Gentenaars kwamen gisteravond samen in het NTGent, om op zoek te gaan naar het imago dat Gent moet krijgen om in de toekomst nieuwe bewoners, toeristen en bedrijven aan te trekken. In een zogenaamd Groot Overleg debatteerden burgemeester Daniël Termont (SP.A) en Ocker Van Munster van het Nederlandse studiebureau Berenschot met de aanwezigen in de zaal. Uitgangspunt was: Gent heeft eigenlijk te veel troeven; de stad moet kiezen welke troeven ze ten volle wil uitspelen. Want als je op alle vlakken formidabel bent - dixit Termont - dan eindig je in een rommeltje. 'We moeten een scherper profiel hebben.'

Om de avond gemakkelijker te laten verlopen hadden de organisatoren de 17 aspecten waarop Gent zich zou kunnen profileren herleid naar vijf: cultuur, wonen, tolerantie, sport, en kennis en innovatie.

Helaas was van een echt debat geen sprake. Studiebureau Berenschot heeft zijn conclusies al getrokken; binnenkort worden een vijftal communicatiebureaus al aan het werk gezet om Gent als merk in de etalage te plaatsen. Het Groot Overleg, dat werd gepresenteerd door Wim Oosterlinck en rechtstreeks uitgezonden op radio City Music, was vooral een onderonsje van gelijkgestemden. Een aantal genodigden mocht voor en tijdens de uitzending de lof zingen van de stad Gent en zijn bestuur; de burgemeester - nochtans snipverkouden - maakte er in de hem typerende stijl een Daniël Termont-show van. Heikele thema's als onbetaalbare woningen en tolerantie werden al te vaak met een paar spitse oneliners afgedaan. Een kritische stem ontbrak.

Nochtans zijn de vaststellingen van studiebureau Berenschot opmerkelijk en vaak kritisch voor het imago van de stad. Zo mag Gent zichzelf graag een sportstad noemen, maar volgens Berenschot is dat niet geloofwaardig: mensen beschouwen Gent niet zo. Idem voor de titels van ondernemende stad, industriestad of waterstad. Vooral de niet-Gentenaars zien die aspecten niet in Gent dat, dixit Berenschot, al lang niet meer 'het Manchester van het vasteland is'.

Andere aspecten springen meer in het oog, maar die zijn dan weer niet allemaal positief, vindt Berenschot. Zo ervaart iedereen Gent als een volkse stad, maar wordt dat verbonden met rommeligheid en oubolligheid. Gent staat weliswaar bekend als toeristenstad, maar dan met de nevenbedenking dat ze maar goed is voor eendagsreizen. Als evenementenstad wordt Gent dan weer geassocieerd met kermisachtige toestanden en niet met pakweg innovatiebeurzen of grote congressen.

Dat imagokenmerken die op zich positief zijn soms toch verkeerd uitpakken, blijkt nog het frappantst uit het aspect studentenstad. Dat springt er absoluut uit als mensen vertellen over hun beeld van Gent. 'Het is zelfs te dominant', stelt het Berenschot-rapport. Bovendien denken de meeste mensen alleen aan de feestende student - de student die bezig is met creatieve uitdagingen blijft op de achtergrond.

Nochtans is het die laatste die Berenschot naar voren wil schuiven in de drie speerpunten die de studie naar voren schuift voor het toekomstige imago van de stad: kennis en innovatie, stedelijk wonen en cultuur. 'Als culturele stad heeft Gent al een sterke positie', poneert het studiebureau. 'Maar er zijn zoveel parels op gebied van toneel, muziek en dans die te weinig bekend zijn buiten Gent. Dat kan nog veel beter.'

Op het gebied van kennis en innovatie heeft Gent al een veel minder sterke positie - al is het succes in de biotechnologie een voorbeeld van hoe het wél moet. 'Nochtans is hier al heel wat werk verzet', vindt het studiebureau. 'In deze materie is Gent wel bezig om keuzes te maken, en dat loont op termijn.'

Ook qua stedelijk wonen - om de professionals in de stad te houden - is er werk aan de winkel. 'In Gent is het prima wonen, maar voor echt stedelijk wonen in complexen waarin architectonisch lef tot uiting komt, moet je naar andere steden.' Het bureau pleit vooral voor kwalitatieve woningen in de 19de-eeuwse gordel.

'Gent moet het dak repareren nu de zon nog schijnt', besluit het rapport. 'Gent wordt positief gewaardeerd, maar het eenzijdig op zachte dimensies gestoelde beeld is, op lange termijn, een bedreiging. De globalisering en de tijdgeest stellen andere eisen aan de concurrentiekracht van steden. Als je te veel wil zijn voor iedereen, loop je het gevaar dat je te weinig biedt voor enkelen. Bovendien valt het op dat het beeld dat de Gentenaars zelf hebben van hun stad, veel uitgesprokener is dan het beeld dat buitenstaanders hebben.'

Met andere woorden: Gent moet af van het jaren '70-denken, concludeert Berenschot. Door te soft te blijven, riskeert de stad oninteressant te worden voor bijvoorbeeld ondernemers.