Zo ziet het er naar uit als de Raad van State de uitspraak van zijn auditeur volgt. In 1991 spande de gemeente Sint-Pieters-Leeuw een geding aan bij de Raad van State om de bouw van de VRT-mast op haar grondgebied aan te vechten.

Samen met de gemeente dienden buurgemeenten en heel wat omwonenden klacht in tegen het bouwwerk. De gemeente haalde zowel stedenbouwkundige als juridische argumenten aan. Sint-Pieters-Leeuw stelt dat de bouwvergunning niet correct werd afgeleverd, dat er procedurefouten werden gemaakt en het bestuur spreekt van verknoeiing van het landschap.

Tien jaar na de start van de gerechtelijke procedure is de auditeur van de Raad van State van oordeel dat de Leeuwse klacht ontvankelijk en gegrond is. In 95 % van de gevallen volgt de Raad van State het oordeel van zijn auditeur.

In het slechtste geval kan dit betekenen dat de VRT-mast moet worden afgebroken. Wellicht zal het zo'n vaart niet lopen en moet de VRT enkel de hele procedure van vooraf aan starten om de toren te regulariseren. Hierbij is het niet uitgesloten dat er schadeclaims volgen door o.a. de gemeente. Maar eerst is het nog wachten op de definitieve uitspraak van de Raad van State en dit kan nog tot twee jaar duren. (IDH)