|
|
|
|
|
|
25/01/2009
Het was jammer genoeg geen nare droom
Het was jammer genoeg geen nare droom
© Eric de Mildt
| |
| |
| |
| |
| |
Onze collega Bart Van Belle was nauw betrokken bij het drama in Dendermonde. Zijn jongste dochter, 15 maanden oud, zat in het kinderdagverblijf waar de dodelijke steekpartij zich afspeelde. Zijn relaas van afgelopen weekend.
Zaterdagochtend ben ik al vroeg wakker. Na 5 uur doe ik geen oog meer dicht. Het dringt meteen door dat de gebeurtenissen van vrijdag geen droom waren. Hoe onnoemelijk veel geluk heeft ons gezinnetje gehad? Hoe zou het met de kindjes in het ziekenhuis zijn? Het flitst tientallen keren door mijn hoofd. Ik denk aan de ouders wier kind er niet meer is. Aan Quinten, die zijn moeder kwijt is, een fantastische vrouw en kinderverzorgster. Aan de verantwoordelijke van Fabeltjesland. Hoe moet zij zich voelen?
Ik blijf in bed tot 8 uur. Nadien ga ik een eindje joggen, zoals wel vaker op zaterdag. Alleen is de sfeer nu onwezenlijk. Geen zin om de mp3-speler mee te nemen. De straten zijn leeg. Bij bakkers en slagers op mijn route staat bijna niemand. Er is iets dat mijn lichaam onvermoeibaar lijkt te maken. Opgestapelde emoties? Adrenaline? Ik loop langer dan ooit. Ik denk aan Hilde, de kinderverzorgster aan wie ik Miesje ’s ochtends gaf. Zij had net alle fopspenen gesteriliseerd.
Terug thuis probeer ik zo normaal mogelijk om te gaan met mijn oudste zoon en dochtertje. Dat kleine zus nog altijd niet de oude is, valt hen gelukkig niet op. Mies heeft nauwelijks zin om te eten en te drinken. Slapen en geknuffeld worden: dat is haar zaterdagse programma. We zijn dankbaar dat we haar nog kunnen knuffelen.
De telefoon staat roodgloeiend. Mijn artikel in de weekendkrant heeft nogal wat losgemaakt. Zowel op mijn privé- als op mijn werkadres stromen het hele weekend steunbetuigingen toe. Collega’s die zich afvragen hoe ik het in godsnaam klaargespeeld hebt. Vrienden die mijn stuk met tranen in de ogen hebben gelezen.
Op mijn Facebook-profiel hebben tientallen mensen een reactie achtergelaten. Ook een jeugdvriend die als vrijwilliger bij de brandweer van Dendermonde actief is, wenst ons sterkte. Hij kwam als een van de eerste hulpverleners in de crèche aan. 23 januari 2009 is voor hem the worst day of his life.
Mediastorm
Ook de pers heeft mijn verhaal opgemerkt. Radio- en televisiezenders bellen om mijn verhaal te brengen. Ik beslis hen af te wimpelen en hou het been stijf. De nieuwsuitzendingen van VRT en VTM, Phara, De Wereld Draait Door,... Consequent zijn is de boodschap. Wie ja zegt tegen één van hen, krijgt nadien ook de rest over zich heen. Hier en daar probeert iemand om ondanks onze weigering toch een reactie los te peuteren.
Ik hoop dat niemand van de collega-journalisten zich verlaagt tot listen om toch maar iets los te krijgen van de ouders van omgekomen of gewonde kindjes. Respect voor het ‘nee’ van een slachtoffer. De mediastorm mag gaan liggen. Het moment om de gebeurtenissen te verwerken is aangebroken. Voor iedereen. Dat de puzzelstukjes stilaan op hun plaats beginnen te vallen, moet daarbij helpen. We weten nog altijd niet waar onze dochter precies was op het moment van de feiten en wat ze heeft gezien en gehoord. We weten intussen wel dat ze onmiddellijk bij de aankomst van de hulpdiensten samen met de andere ongedeerde kindjes is overgebracht naar De Rakkertjes, de kinderopvang naast Fabeltjesland.
’s Middags breng ik mijn zoon naar de zwemles. Een moeder die we kennen van aan de schoolpoort, krijgt de tranen in de ogen als ze me ziet. Stilaan lekken ook meer details uit over de chaos in Fabeltjesland. Over een kinderverzorgster die zich met twee kindjes verschanst zou hebben in een berghok. Over ouders wier kind door een toeval niet of nog niet aanwezig was op het moment van de feiten.
Nadien ga ik een eindje fietsen en zie de vader van een gewond kindje. Goed nieuws. Het jongetje is terug thuis. Een andere ouder neemt contact met ons op. Zijn zoontje werd lichtgewond naar het ziekenhuis overgebracht in de slaapzak van Mies.
We horen dat Fabeltjesland nooit meer opengaat. Uiteraard is dat de enige juiste beslissing. Ik kan me niet voorstellen dat ik mijn kind daar ooit nog zou achterlaten. En wie van de verzorgsters zou er nog ooit aan de slag kunnen gaan?
Hoe onrechtvaardig. De carrière van mensen die hun job jarenlang met hart en ziel hebben gedaan, werd door een of andere gek brutaal afgebroken. Het leven van drie families zomaar verwoest. Op gruwelijke wijze. Iemand op die manier verliezen, daar zijn zeker geen woorden voor.
Dat een aantal slachtoffers het ziekenhuis intussen heeft verlaten, lijkt ook voor ons een scharnierpunt. Opeens begint het met Mies beter te gaan. In de late namiddag drinkt ze haar eerste volledige flesje sinds vrijdagochtend. Ze kan ook opnieuw even alleen spelen. Terwijl de oudste kinderen even bij de grootouders zijn, krijgen we iemand van Slachtofferhulp over de vloer. Hij bevestigt het nieuws over de sluiting en nodigt ons uit voor een infomoment samen met de andere ouders van ongedeerde kindjes.
Lafaard
Later die avond zie ik de foto van de dader. Zijn naam. Ik lees over de plannen voor zijn dodelijke raid. Alles leek zo goed voorbereid. Van alle geviseerde crèches het aantal personeelsleden en kindjes. Een kogelvrije vest. Dat de dader Dendermonde niet goed kende, heeft waarschijnlijk erger voorkomen. Waarom hij precies Dendermonde uitkoos en waarom hij het gemunt had op weerloze kindjes: het zijn vragen waarmee ik blijf zitten.
Wanneer ik zondagochtend mijn mail check, ontdek ik dat een zieke geest Kim De Gelder een Facebook-profiel heeft gegeven. Laat ons hopen dat niemand het in zijn hoofd haalt om De Gelder als een held te beschouwen. Het is een lafaard. Een zwakkeling die het gemunt had op de allerzwaksten. Zo iemand verdient geen begrip. Verzachtende omstandigheden zijn niet op hun plaats. Ik hoop dat op het proces de advocaat van De Gelder het blik ‘ongelukkige jeugd’ potdicht laat.
Zondagmiddag lopen we mee in de stille mars. Veel bekende gezichten tussen de duizenden aanwezigen. Uiteraard familie en vrienden. Kennissen van op het voetbal, de ouderraad of van aan de schoolpoort. Bekende gezichten uit het dorp. Enkele ouders die ook kinderen in Fabeltjesland hadden. Hier en daar een blik van herkenning. Mensen die ons herkennen van de foto’s in de verschillende kranten.
Ik zie de collega’s van De Standaard Online een paar meter voor mij lopen. Hun aanwezigheid doet deugd. Een paar meter naast mij zie ik Bart De Wever, met zijn kinderen. De journalist van de RTBF die me vrijdagmiddag even aansprak, loopt langs. Hij vraagt of alles oké is.
We beslissen om niet aan te schuiven in de lange rij die langs de bloemenmuur wil passeren. We komen later wel eens terug. Op een rustig moment. Als de pers er niet is. We nemen een kijkje langs de andere kant. Ik zie de ouders van een van de omgekomen kindjes. Een van de kinderverzorgsters valt me in de armen. Nog maar eens besef ik dat ik vrijdag de Lotto heb gewonnen. Als een van de weinige winnaars in rang 1. Een agent die ons vrijdag naar de auto vergezelde, herkent ons gezinnetje. Een glimlach.
Terug thuis praten we nog even na met vrienden. Het gaat niet meer over vrijdag, wel over alledaagse dingen. Stilaan de draad weer opnemen: daar komt het nu op aan.
De vraag die het meest opdoemt, is: ‘Zal ik mijn kinderen ooit nog ergens met een gerust hart kunnen achterlaten?’
Lees het vervolg bart van belle | |
|
|
|
|
 |
 |