27/11/2009
Bruno Risi, Zwitserse gentleman van de piste, zwaait na dit seizoen af Laatste kunstjes van de Alpentornado
Bruno Risi, Zwitserse gentleman van de piste, zwaait na dit seizoen af
mvh
| |
| |
Pistefenomeen Bruno Risi is voor de laatste keer te gast in het Gentse Kuipke. Met wat meeval belandt hij voor de achtste maal op het podium. ‘En reken maar dat ik nog steeds full gaz ga.'
Elf jaar. Op die leeftijd had de Zwitserse knaap uit Erstfeld, een nietig dorpje in de Alpen, door dat hij pistier wilde worden.
‘Onze toenmalige wielercoach nam ons mee naar de zesdaagse van Zürich. We trokken grote ogen op de tribune. Die atmosfeer, die steile piste, die mensenzee op het middenplein,... Daar wou ik deel van uitmaken.'
Risi doelt op zijn beste vriend Kurt Betschart, waarmee hij in de jaren '90 de tegenstand op een hoopje zou rijden.
‘Kurt en ik speelden vroeger in dezelfde zandbak, gingen naar dezelfde school, deden werkelijk alles samen', zegt Risi. ‘We begonnen dus ook samen te fietsen door de Alpen.'
De rest is (bijna) geschiedenis. Het Zwitserse koningskoppel zou verschillende wereldtitels in de punten- en koppelkoers veroveren en maar liefst 37 zesdaagsen beheersen. Nog steeds een record voor standaardparen. Hun eerste zesdaagse wonnen ze in 1992, in Dortmund. Kwatongen beweren zelfs dat trainingbeest Bruno Risi de carrière van Kurt Betschart met enkele jaren heeft ingekort door er zo fanatiek in te vliegen. De 41-jarige Risi won sedert die zege in Dortmund elk jaar minstens één zesdaagse of een wereldkampioenschap.
‘Het was een zeer intense periode. We reisden van zesdaagse naar zesdaagse en werden overal fantastisch ontvangen', vertelt een goedgeluimde Risi net voor de start van de derde avond in Gent.
‘We waren een perfecte tandem. Hij was het werkpaard op de baan, ik was de sprinter. Betschart was iemand die door een muur kon gaan. Trainen, trainen, trainen. Op dat vlak is Franco (Marvulli, al enkele jaren zijn compagnon de route, red.) toch iets minder werker', lacht hij. ‘Maar Franco heeft dan weer meer talent.'
In zijn afscheidstournee was hij al goed voor een tweede plaats in Amsterdam en een historische winst in de Olympiahallen in München. Voor de negende keer mocht hij daar de bloemen in ontvangst nemen. Ongezien. In Gent, waar de Zwitser met zijn gekende krullen een graag geziene gast is, kan hij zondag een vierde keer triomferen (na '93, '02 en '07).
‘Ik kwam hier regelmatig criteriums rijden en maakte hier de voorbije twintig jaar veel vrienden.'
Onder meer wielermecenas Eddy Van Vooren, pistecoach Michel Vaarten en zesdaagsebaas Patrique Sercu noemt hij vrienden voor het leven.
‘Volgend jaar kom ik hier aan de zijlijn staan met een frisse pint.'
Als je scherp ogende Risi als een echte patron rondjes ziet malen, zie je dat er conditioneel nog maar weinig sleet op zit. Toch trekt hij na dit seizoen enkel nog recreatief door de Zwitserse Alpenweiden.
‘Ik ben 41 jaar en heb er altijd van gedroomd om in schoonheid te eindigen. Het klopt dat ik beter rijd dan de voorbije jaren. Dat komt omdat de voorbereiding werkelijk af was. Ik denk ook wel dat ik nog drie, vier seizoen probleemloos kan meedraaien. Maar het is mooi geweest. Het is tijd dat de jeugd de fakkel overneemt.'
Karakter
En in die jeugd ziet Risi heel wat talent.
‘Kijk, de pistewereld is de voorbije twintig jaar enorm veranderd. Vroeger duurde de verschillende proeven een pak langer. Tegenwoordig willen de mensen heel de avond spektakel. Daarom oogt alles wat sneller en flitsender. Ideaal voor explosieve types als Franco, Iljo Keisse en zijn ploegmaat Roger Kluge. Iedereen kan zien dat die Duitser talent te over heeft. De komende jaren zullen uitwijzen of die jonge snaken het karakter hebben om het meer dan tien jaar vol te houden.'
Talent is er, de vraag is maar of de donkere onweerswolk die boven de pistewereld hangt snel opklaart.
‘Er zijn momenteel twee grote problemen. Enerzijds zijn er de hervormingen van de Internationale Wielerunie (UCI) om verschillende disciplines van de Olympische kalender te halen. Anderzijds is er het financiële plaatje dat organisatoren maar moeilijk rond krijgen. Vooral de Duitse organisatoren geraken niet langer break even. Dat zijn fameuze uitdagingen. Want ik weet uit ondervindingen dat een zesdaagse die verdwijnt, niet zomaar terugkomt.'
De carrière van Risi verliep twee decennia in gestrekte draf. Voorlopig staat de zegeteller op 104, waarvan meer dan de helft in het zesdaagse-circuit. Tussen 1992 en 2005 was het duo Risi-Betschart goed voor 37 keer winst. Al bleek 2007 zijn succesvolste jaar. Het duo Risi-Marvulli, oftewel de Alpenexpress, won dat jaar zowel in Zürich, Bremen, Stuttgart, Kopenhagen, Hasselt, Fiorenzuola, Dortmund, München en Zuidlaren. Ondanks zes wereldtitels (waarvan één als amateur) blijft Risi achter met één smet op zijn palmares: de felbegeerde Olympic Dream.
‘Ik deed mee aan de Spelen van Seoul, Barcelona, Atlanta, Sydney en Peking maar op de één of andere manier werd het een haat-liefdeverhouding. Stress, geblokkeerde benen, een foute tactiek, het was altijd wel iets. Al haalden we in Sydney ('04) wel een zilveren medaille.'
Vuisten
Aan het begin van vorig seizoen leek er een fameus haar in de boter te zitten tussen Marvulli en Risi. De Alpenexpress spoorde een pak trager en dreigde zelfs te ontsporen.
‘Ik merkte gewoon dat Franco niet de superconditie te pakken had die ik verwacht had. We hebben toen even een discussie onder mannen gehad. Maar ik ben altijd van het principe dat je samen wint en samen verliest.'
In het peloton wordt hij aanzien als de patron die in de koers aan de touwtjes trekt, maar ook als een sympathieke gentleman die nooit de pedalen verliest. Of bijna nooit.
‘Goh, er was enkele jaren geleden wel eens een akkefietje met de Nederlander Danny Stam. Hij riep na de koers wat vuile woorden en dan zijn er enkele vuisten aan te pas gekomen', lacht de Zwitser. ‘Maar verder ben ik over het algemeen hoffelijk en vriendelijk.'
Gepolst naar het grootste talent dat hij de revue zag passeren, moet hij lang nadenken.
‘Ze waren met zoveel. Silvio Martinello, Etienne De Wilde, Anthony Doyle, Franco,... Of doe toch maar Erik Zabel. Ik vond het echt een ongelooflijke eer om met die gast samen te rijden (en driemaal op drie te winnen red.). Hij was één van de enige wegrenners die het talent bezat om zonder problemen mee te draaien in het baanwielrennen.'
Wat hij na zijn carrière gaat doen weet hij nog niet.
‘Ik houd twee, drie pistes open. Ofwel iets organisatorisch, ofwel speuren naar jong talent. Ik zal in ieder geval meer thuis zijn en mij bezighouden met mijn drie kinderen Corsin, (8) Shellyann (5) en Gian Nico (4). De oudste wil sinds enkele maanden ook baanwielrenner worden. Want dan kan ik een groot huis bouwen, zegt hij (lacht) Maar hij beseft niet dat papa daarvoor meerdere malen full gaz moest gaan in het Kuipke.'
Pieter Huyberechts |