Een financiële tijdbom bedreigt de clubs in tweede klasse. Zeventien van de negentien door ons onderzochte (ex-)tweedeklassers leggen rode cijfers voor. Lierse is kampioen... van het geld verbrassen.
Voor het eerst sinds zijn club naar tweede klasse zakte haalde Brussels-voorzitter Johan Vermeersch de nationale televisie. In de studio's van De Zevende Dag sloeg hij vorige zondag een noodkreet. 'Tweede klasse is niet leefbaar', stelde de West-Vlaamse bouwondernemer.
Wie de jaarrekeningen van de tweedeklassers erbij haalt kan niet anders dan Johan Vermeersch gelijk geven. Van de negentien door ons onderzochte tweedeklassers - sommigen waren het vorig jaar, sommigen dit jaar - kleuren de cijfers rood. Alleen Oud-Heverlee Leuven en Hamme (nu derde klasse) beheerden hun club als goede huisvaders.
De kampioen van de rode cijfers is Lierse. De nummer vier in tweede klasse is helemaal afhankelijk van de Egyptische investeerder Wadi Degla en torst een negatief eigen vermogen van bijna veertien miljoen euro mee. Financiële experts vragen zich af hoe lang deze situatie nog houdbaar is.
In het seizoen 2008-2009 - het eerste met het koningskoppel Cavens-Radzinski - werd voor meer dan 5 miljoen euro aan spelerslonen uitbetaald. In datzelfde seizoen maakte de club 5,6 miljoen euro verlies. Het overgedragen verlies bedraagt nu al meer dan 14 miljoen euro. Assistent-ceo Katrien De Ceulaer, dochter van ex-manager Neel De Ceulaer, heeft er geen moeite mee toe te geven dat de club bij gratie leeft van Wadi Degla.
De situatie in tweede klasse is structureel ongezond. Dat bleek vorig weekend nog in Antwerp waar de spelers dreigden met een staking omdat ze al een heel jaar te laat worden betaald. De 'Great Old' speelt al zes jaar in tweede klasse en kampt elk seizoen met een gebrek aan cash.
Maar ook ploegen die pas onlangs uit de hoogste afdeling zakten zitten in de problemen. Ploegen als Brussels, Bergen en Dender zitten nog met heel wat contracten van eersteklasseniveau opgezadeld. Hun kosten blijven hoog terwijl hun inkomsten - recettes, sponsoring en vooral tv-geld - drastisch instortten.
Er is maar één uitweg uit het moeras van tweede: opnieuw stijgen naar de hoogste afdeling. Als STVV vorig seizoen niet kampioen was geworden was de club van voorzitter Roland Duchâtelet in de problemen gekomen. Het probleem is dat er maximaal twee en meestal maar één club in slaagt promotie naar eerste af te dwingen. Gegarandeerd zullen er na Antwerp nog meer clubs in de problemen komen.
'Als men in België de top klein wil houden moet men vooral zo doorgaan', sneert Guido De Croock, de voorzitter van de liga van tweedeklassers. 'Alle problemen zijn begonnen toen de tv-rechten werden verkocht door de eersteklassers en niet langer door de voetbalbond. Die eersteklassers dachten alleen aan zichzelf en wilden de opbrengsten van tv niet meer herverdelen met de clubs uit lagere afdeling. Een historische vergissing: want eerste klasse kan maar leven bij gratie van de lagere reeksen.'
Overlevingspakket
De eersteklassers betalen vandaag alleen maar een 'overlevingspakket' aan de ploegen die uit eerste klasse zakken. Zo heeft bijvoorbeeld Bergen 450.000 euro uit de tv-pot gekregen om de kosten van de degradatie te dekken. Andere tweedeklassers noemen dat competitievervalsing. Met dat bedrag kan Bergen dit seizoen een spits als Roussel blijven betalen die de Draken straks mogelijk opnieuw naar eerste klasse brengt.
'Wij hebben recht op dat geld', zegt Bergen-directeur Alain Lommers. 'Bij de onderhandelingen over het tv-contract hebben we het zelf laten opnemen ook al wisten we toen niet dat we zouden zakken. Als lid van het Uitvoerend Comité wil ik dat ook de andere tweedeklassers kunnen profiteren van het geld van Belgacom tv. Maar de macht van de eersteklassers in de bond is groot geworden. Zij houden elk initiatief tegen.'
'De eersteklassers voeren een pure kortetermijnpolitiek', zegt Guido De Croock. 'Zij gaan ervan uit dat ze niet zullen zakken en willen dus alles voor zichzelf houden. Zo geraken we geen stap vooruit. Ons voetbal heeft een totaalaanpak nodig waarbij de grootste bron van inkomsten wordt herverdeeld. Anders wil niemand nog investeren in tweede klasse.'