De vierde rode beursweek op rij deed de angst weer door de kelen gieren. Beleggers beginnen te vrezen voor een herhaling van de ellende in de eurozone vorig jaar. De brave huisvader die na het vliegende beursbegin zijn centjes voelde kriebelen, bedenkt zich en zet zijn geld dan toch maar niet aan het werk in aandelen. Tot zover de normale psychologie van wat voorlopig nog altijd een normale terugval is.
Die is ondertussen wel al bijna uitgegroeid tot wat een correctie wordt genoemd (een daling vanaf 10procent). De Duitse beurs, de turbo onder de Europese markten, zakte al zowat 8procent en onze Brusselse Bel-20 ging zowat 6procent lager sinds het hoogste punt van 2012. Maar zelfs dan blijft er nog een winst over sinds begin dit jaar van 11,8procent voor Frankfurt en 7,5procent voor Brussel.
Maar dan heb je de Spaanse en de Italiaanse beurzen. Die lijken wel in vrije val. Madrid donderde dit jaar al bijna 15procent lager en noteert op het laagste niveau sinds maart 2009, toen de beurzen wereldwijd een dieptepunt neerzetten. Ook Milaan zakte al bijna 10procent in 2012.
De katalysator is de zware crisis in Spanje. Het land worstelt met het terugdringen van zijn begrotingstekort, terwijl de schuldgraad naar 80procent van het bbp zal schieten. Ondertussen zit de economie er in zak en as na het ploffen van de enorme vastgoedzeepbel.
Net als vorig jaar stijgt de obligatierente in Spanje en Italië opnieuw, maar met 6 en 5,5procent blijft het niveau lager dan vorig jaar. De angst van beleggers is nu dat de vastgoedprijzen nog verder zullen dalen, met hogere verliezen op vastgoedleningen tot gevolg. Dan volstaan de overvloedige liquiditeiten van de centrale bankiers niet, want dat zijn leningen. De Spaanse banken (en mogelijk in mindere mate de Italiaanse) hebben dan extra kapitaal nodig. En dat kan nu alleen tegen enorme kortingen op de beurskoersen. Pech voor de bestaande aandeelhouders. Maar of dat heel de eurozone onderuit zal halen?