Het is niet aan iedereen gegeven om wedstrijden over honderd kilometer te lopen, maar voor laatbloeier Johan Watthy verliep de overgang naar de langere afstanden blijkbaar vrij rimpelloos.

'Tot zes jaar geleden was ik een modale fietser', start de 44-jarige Gistelnaar zijn verhaal.

'Ik had het dan ook niet zo gemakkelijk toen ik me aan het lopen zette. Maar in 2007 waagde ik me al aan een marathonloop. Sindsdien heb ik er al tientallen op mijn actief. De stap naar een zesurenloop en later naar een race over 100 kilometer was daarna niet zo groot meer. Op de superlange afstanden voel ik me dan ook het best.'

Watthy nam dit jaar al de 50 kilometer van Rodgau en de 6-urenloop in Stein op zijn actief.

'Een paar weken geleden speelde ik op het BK marathon in Lier tempomaker voor de atleten die een tijd onder de 3u.15' beoogden.'

Watthy is nu in het chemiebedrijf Proviron in Zandvoorde tewerkgesteld.

'Omdat ik er in een ploegenstelsel aan de slag ben en dus ook nachtdienst heb, kan ik geregeld overdag mijn trainingen afwerken. Tot vorige dinsdag werkte ik trouwens twaalf nachten na elkaar. Hoe dan ook voel ik me klaar voor de opdracht. In Seregno wachten ons vijf ronden van elk twintig kilometer op een vlak parcours. Het is de bedoeling dat ik van bij de start mijn gps in de gaten houd en een vaste cadans volg, die me hopelijk naar een tijd onder de acht uren voert. Vorig jaar finishte ik in Winschoten als 60ste in 8.21.55. Daar hoop ik nu een flinke knauw van af te doen. De top-30 halen, zou mooi zijn.'

Natuurlijk verwacht Watthy, die ook aangesloten is bij Jogging Club Aalter, zich na 60 kilometer aan de klassieke terugval.

'Iedereen moet door dat moeilijke moment. Maar het is zaak om altijd te blijven lopen. Eens je moet wandelen, mag je een kruis maken over je ambities.'