Willie Verhegghe, stadsdichter in Ninove, wordt dit jaar 65 jaar jong. In de jaren zeventig had de man een zeer nauwe band met Louis Paul Boon. 'Ik woonde in Denderleeuw en besefte al heel snel dat niet zo ver van mijn ouderlijke thuis, in Aalst, een grote schrijver woonde: Boon. Ik keek echt op naar die man. Hij was een anarchist, had wat communistische trekjes en had zichzelf ook uitgeroepen tot viezen tist. Ik heb ooit midden jaren zestig als jong dichtertje al mijn moed bij elkaar gescharreld en hem op een tentoonstelling aangesproken en hem om een opdracht in een van zijn boeken gevraagd. Dat was in de abdij van Affligem. Het boekje zelf, Blauwbaardje en andere grimmige sprookjes, was een vrij ondeugende en erotisch getinte verhalenbundel. Dat ik dergelijk boek in die tijd in een abdij door hem liet signeren, vond hij wel leuk.'

Enkele jaren later stuurde Verhegghe zijn tweede dichtbundel naar Boon op. 'Een dichtbundel over het makke, lamme Vlaanderen. Ik wou dat Boon er een inleiding voor schreef. Nooit eerder en ook nooit erna heeft iemand een dergelijk mooie tekst over mij of over mijn werk geschreven. Boon apprecieerde vooral het feit dat ik de poëzie hanteerde om maatschappelijke fenomenen en wantoestanden aan te klagen.'

Enige tijd later zou Boon aan Verhegghe vragen om recensies te schrijven voor de Gentse krant Vooruit. 'Vanaf dat moment raakten we goed bevriend. We zaten ook voor een groot deel op dezelfde lijn. Louis Paul Boon is zelfs nog tot op de dag van vandaag een wat omstreden figuur. Hij blijft controverses uitlokken. Kijk maar naar de recente verhitte discussie rond de plaatsing van het beeld van Louis Paul Boon in Aalst.'

'Zelf ben ik in mijn vakgebied ook een wat omstreden figuur. Ik zal wellicht altijd de stempel dragen van wielerdichter, terwijl ik een pak inhoudelijk totaal anders getint werk publiceerde. Ik ben en blijf een koppige Einzelgänger. Net zoals Boontje dat in zijn tijd ook al was. Verder stoppen de vergelijkingen evenwel. Ik ben bijlange niet zo bedeeld met talent zoals Boon dat was, hij was en blijft trouwens onze enige valabele kandidaat voor de Nobelprijs voor literatuur. Ik hield ook enorm van de mens Louis Paul Boon. Als we samen zaten om wat bij te praten, hadden we het amper over literatuur of over ons werk. We hadden het vooral over het leven, over de ons omringende chaotische wereld. Het was echt aangenaam om met Boontje te praten.'

Verhegghe heeft vooral ten huize Boon in de Erembodegemse Vogelenzang heel wat intense momenten beleefd met Louis. 'Hij kwam ook nog bij mij in Pollare over de vloer. We hebben samen leuke tijden beleefd. Maar Boon was vaak ook heel triest, zijn laatste levensjaren kreeg hij het steeds moeilijker om tegen de droefheid en de tegenslagen van het leven op te boksen. Hij had bijvoorbeeld veel verdriet toen zijn jongere broer overleed en had het ook lastig toen in diezelfde periode een paar goede vrienden zijn gestorven. Hij toonde zijn hart en liet ongegeneerd en eerlijk zien dat hij daar bijzonder veel pijn in had.'