Wat in deze tijd van smartphones en parkeermeters een evidentie lijkt, was vroeger geen sinecure.
Zonnewijzers in België raken steevast in de problemen. U kan er nog ééntje aanschouwen bovenop het stadhuis.

Grotendeels dankzij de godsdienst kwam er Regelmaat in ons leven. Probeer maar een kerktoren zonder klok te vinden.
Ons Belfort had oorspronkelijk één mechanische klok, je kon pas in 1531 langs alle kanten zien hoe laat het was.

Nog een eeuw later waren er in Gent volgens politiemeester Justus Billet ‘zeven publijcke orologien’.
Eéntje daarvan bevond zich op de kapel van het Godshuis Sint Jan en Sint Pauwel dat tot 1911 aan het begin van de Brugsepoortstraat stond. Maar het klokje vertikte het de juiste tijd aan te geven en werd in de volksmond de ‘Leugemeete’ gedoopt. De Kpel werd Opel.

Toen tijd stilaan geld werd, maar men nog geen uurwerken rijk was, vond een spaarzame Schot in de 19e eeuw het elektrische horloge uit – of is het een Gentenaar geweest?
Frans de Potter, auteur van een lijvig standaardwerk over de geschiedenis van Gent, beweert dat die eer toekomt aan een horlogemaker en taxidermist uit de ‘rue de Calandre, nr 18’: “In de Mageleinstraat woonde de horlogemaker Nolet. Een zeer vernuftig man, wien men de toepassing der electriciteit aan de uurwerken te danken heeft.”

In 1852 plaatste Karel Nolet een eerste elektrisch uurwerk op de hoek van zijn straat met de Bennesteeg. Dat kunstwerk viel zo in de smaak, dat de stad hem verzocht om Gent van een honderdtal uurwerken te voorzien.
Omwille van de leesbaarheid werden ze meestal dichtbij een lantaarn geplaatst. Kwestie van uw uitgaansleven te kunnen timen.
Dit goede Gentse voorbeeld werd in heel Europa gevolgd en leverde Karel Nolet een gouden medaille op.

Maar het lijkt wel of het rebelse trekje dat de Gentenaars eigen is ook in de Gentse uurwerken is gevaren. Al spoedig kwam er een spotlied op de defecte 'electriek horlogie'.

Het gaat hier dus waarschijnlijk om een eeuwenoude Gentse traditie.
Zoals het klokje hier tikt, tikt het nergens.