Studeren zat er voor Philemon omiwille van de oorlogsjaren nooit in, dus ging hij maar aan de slag in een weverij en werkte hij nadien twintig jaar voor brouwerij Excelsior om de cafés in Gent te gaan bevoorraden. Een zware job, waar hij toch vooral fijne herinneringen aan overhoudt die hij met smaak kan navertellen. Van de mensen die hij in het straatje van de rendez-vous huizen zag rondfladderen, of van het ongelukkige moment waarop hij op een keldertrap in een feesttaart trapte die net moest worden opgediend.

Clementine ging 'dienen' en ook aan huis koken met haar tante, maar toen haar man de drukte in Gent voor gezien hield, begonnen ze samen begonia's te kweken op het ouderlijk hof van Clementine. Om nog een centje bij te verdienen, ging die toen ook in de winter helpen in 't bollekot' van verzender John Denert. Ondertussen hadden ze ook twee kinderen: Roger en Rosette, die hen dan weer gelukkig maakten met twee kleinkinderen: Tim en Tineke.

Na hun pensioen genoten de jubilarissen nog volop van het leven: fietsen, of een trip naar de Ardennen was zowat de rode draad doorheen hun leven. Ondertussen is Philemon nog altijd actief op 't Hoeksken, waar hij op zoek gaat naar sponsors voor de kermis, en de bolling voor zijn rekening neemt. 

We moeten het toegeven: zelden bleven we zo lang op bezoek bij een jubilerend koppel als deze middag, maar dat had vooral te maken met het tempo waaraan (vooral) Philemon moppen tapte, want dat kon (en kan) hij als geboren entertainer als de beste. Voor de bus van de Bloemistengilde, of voor vrienden, zolang hij ze maar niet moet opschrijven, want dat vindt hij maar niks. En dat ze tegenwoordig allemaal op het internet staan, daar is hij ook niet over te spreken, want als iedereen ze al eens gehoord heeft, is de 'lol' eraf natuurlijk.