Robert vertelt zelf hoe hij Pieter leerde kennen en hoe ze elkaar na bijna een halve eeuw weer tegen het lijf liepen in Spanje en er samen 'De Patattenjassenblues' inspeelden.

'In Spanje kwam ik onlangs toevallig Pieter Ogiers tegen, een Geraardsbergenaar met wie ik rond 1965 een beetje gitaar leerde spelen.'

'Wij vormden destijds een duo met als naam ‘Los leutj ze m'r los’ want Los Paraguayos, en Los Machucambos waren toen zeer populair en onze naam moest dus ook een beetje ‘los’ klinken.'

'Wij gingen met een geleende gitaar zingen in de cafés tijdens de Eerste Toog en gingen rond met onze ‘sombrero’ om geld op te halen. De veeboeren op de Vesten lachten zich die dag een breuk. De cafés legden zelfs even hun muziek stil om die twee snotneuzen die wij waren te horen zingen.'

'In de toenmalige herberg ‘Bij Saf’ kregen we een staande ovatie en een aanvraag om de week nadien tijdens de pauze van het optreden van de toen befaamde groep ‘The Pebbles’ in de Plaza een klein optreden te verzorgen. Wij haalden die dag een pak geld op en Pieter kon zijn eerste gitaar kopen. We waren hele goede vrienden maar na mijn legerdienst in 1968 zag ik hem nooit meer terug.'

'Nu meer dan 40 jaar later zijn we mekaar toevallig tegengekomen in Calpe aan de Costa Blanca in Spanje. Ik was al een tijdje bezig met het samenstellen van een bluesnummer met een Giesbaargse tekst en tot mijn groot genoegen speelt Pieter nu nog altijd gitaar en ook behoorlijk een stukje mondharmonica. Ik nam dus samen met Pieter de song op.'