brief 10

Afgestempeld op donderdag 2 augustus 1934 rond 16-17u te Brussel 1 en ontvangen op het bisdom op vrijdag 3 augustus.

Beste briefschrijver,

U maakt doorslagen van uw brieven, althans van deze is het zeker. U verbetert enkele fouten met inkt en stuurt hem naar het bisdom. Als het origineel ook op pelure is getypt zoals de vorige twee brieven, dan zou het best kunnen dat u deze per ongeluk verwisselde.
U hebt gebruik gemaakt van zwart carbon van een goede kwaliteit. Het verschil tussen een origineel en een doorslag – deze ziet er iets vetter van druk uit - is daardoor minder goed zichtbaar als er op pelure wordt getypt.

U heeft een mooie zuivere aanslag, de donkere harder en lichtere zachter aangeslagen woorden kunnen dit niet verdoezelen. Het blad vertoont op de achterzijde geen reliëf of gaatjes, dit bewijst een goede aanslag. Het zijn steeds dezelfde letters die u harder aanslaat, van deze vermoed ik dat de hamertjes stroef zijn.

De datum van 8 augustus verandert u naar 7 augustus. De reden daarvoor vertelt u even verder zelf : “reprendre les J.I. d’ ici quelques jours”. U wil de tijd zo kort mogelijk houden.

De verbeteringen in inkt zijn aangebracht nadat het blad uit de machine verwijderd is. U maakt onderaan het blad een inktvlekje en plooit het blad dicht vooraleer het droog is. Dit resulteert in een vlekje met zijn spiegelbeeld.

De rest zijn de gebruikelijke fouten.

Uw vorige briefwisseling terug lezende en wetende dat u de zaak op de voet volgt, kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat u wel met zekerheid weet wat Monseigneur bedoelt met zijn antwoord in L.D.H. : “Maintenans dernière proposit.”

Het is niet mis te verstaan, men is u niet gevolgd in uw betoog en zij handhaven hun laatste voorstel dat verwoord staat in hun brief die werd meegegeven met het losgeld.
Trouwens, men heeft altijd trouw de tekst die u dicteerde laten inlassen in de krant. Dit was bij deze niet het geval.

Het volgens u weinig verhelderend antwoord noopt u tot giswerk en u grijpt deze gelegenheid dan ook aan om uw standpunt nogmaals uiteen te zetten. U blijft onverbiddelijk. Indien men niet aan uw laatste voorstel voldoet - ze hoeven dit zelfs niet te laten weten - zal dit de breuk zijn. U zal hen niet meer schrijven.

U zou geen meester zijn in het terug aanknopen van betrekkingen moest u hen niet de kans geven om langs de geijkte weg een antwoord te geven. U zal de krant gedurende beperkte tijd lezen.