De politiezone zet de auto hoofdzakelijk in voor bestrijding van criminaliteit en patrouilleert gericht in diefstalgevoelige zones. Daarnaast wordt het voertuig ook ingezet in het kader van verkeersveiligheid. De camera scant al rijdend alle nummerplaten en toetst deze aan bestaande databanken om na te gaan of het voertuig gekend is. Gestolen, niet-verzekerde, niet-gekeurde en verdachte worden opgenomen in de databank. Daarin staan ook de nummerplaten waarvan de eigenaar een rijverbod heeft. Politiemensen gaan over tot verdere controle wanneer een inbreuk wordt vermoed. Jaarlijks rijdt het voertuig 60 à 65.000 km en maandelijks scant het gemiddeld 40.000 nummerplaten. Op basis van de cameragegevens voert de politie gerichte controles.