In de astronomie spreekt men van een zomerwende en een winterwende. Op het noordelijk halfrond heten ze respectievelijk juniwende en decemberwende, op het zuidelijk halfrond is dat net andersom.
De wendes zijn er overal op aarde op hetzelfde ogenblik.

De juniwende gebeurt op 21 juni, soms, in een schrikkeljaar, op 20 juni kort voor middernacht. 2012 is een schrikkeljaar, net zoals 2008 er een was en 2016 het volgende zal zijn.

De decemberwende valt op 21 december, maar in de een of twee jaren voorafgaande aan een schrikkeljaar op 22 december.
De zomerwende of midzomer (Latijn: solstitium aestivum) luidt het begin in van de zomer. De dag is dan het langst.
De winterwende of midwinter (Latijn: solstitium brumalis), luidt het begin van de winter in. De dag is dan het kortst.
 

Folklore
 

Van een aantal schriftloze culturen weten we, dat men het verschijnsel van de zonnewende kende en mogelijk zeer van belang achtte (bijv. Stonehenge en het Goseck observatorium). Mogelijk vierde men ook toen al feesten tijdens beide gebeurtenissen. Deze feesten spelen in diverse moderne culturen nog steeds een rol.
 

Voordat klokken en kalenders bestonden konden mensen in de prehistorie reeds de dag van de zonnewende bepalen. Zij kenden niet de noorder- en zuiderkeerkring, maar zagen wel elke dag de zon een baan langs de hemel beschrijven. Elke dag komt de zon op een ander punt aan de horizon op, en gaat zij op een ander punt onder. Ook is de maximale hoogte die de zon bereikt aan de hemel op elke dag anders. Als het zomer gaat worden, gaat de zon steeds noordelijker op- en onder, en komt zij ook rond het middaguur steeds hoger aan de hemel staan. Na de zonnewende van de zomer gaat ze weer terug.
 

Een zonnewende was vroeger te bepalen door het gebruiken van voorwerpen zoals stenen, stokken of bouwwerken, die bijvoorbeeld door hun schaduw elk jaar opnieuw het tijdstip van de zonnewende aangaven.
witregel
 

Paganisten trekken voor zomerwende naar Stonehenge

Paganisme is een geestelijke manier van leven die ontspruit uit de oude natuurreligies van de wereld. De belangrijkste wortels liggen bij de oude religies uit Europa, maar veel aanhangers vinden ook waardevolle aspecten in de autochtone religies van andere landen. Ze erkennen de heiligheid van de natuur, herkennen het goddelijke in alle dingen, en weten zich verbonden met de onkenbare geest die in de kosmos werkzaam is. Het geloof in het goddelijke in alle dingen wordt over de hele wereld gevonden. Paganisten zien dit als hun erfgoed, en passen de oude geloofsstructuren van hun voorvaderen aan het moderne leven aan. Deze invullingen zijn soms gebaseerd op folklore, mythen of archeologische ontdekkingen.

In Groot-Brittannië is de verwelkoming van de zomerzon tijdens het solstitium van 21 juni uitgegroeid tot een traditioneel festijn waarvoor duizenden geïnteresseerden zich gedurende de nacht van 20 op 21 juni verzamelen rond het prehistorische steencirkel-monument Stonehenge op de Salisbury Plains, dichtbij het dorpje Amesbury, in de graafschap Wiltshire.


Gelijkgestemden vieren er feest en maken muziek, paganisten, neo-druïden, witte heksen, wichelroedelopers en aanhangers van natuurgodsdienst, sekten en aanverwante systemen van geloof, zoals ufo-fanaten en andere theoretici van de grenswetenschappen maken er jaarlijks hun opwachting om gezamenlijk getuige te kunnen zijn van de eerste zonsopgang na het solstitium.


Alleen dán namelijk, komt de zon op van exact achter de zogenaamde Heel Stone, een onmiskenbare steenkolos in één van de tegenwoordig vrijwel niet meer herkenbare verre buitenringen van het monument en die volgens sommige theorieën een prominente rol heeft gespeeld. Voor velen bekend als het vaste ijkpunt dat nodig was om Stonehenge te kunnen gebruiken als calendarium, observatorium voor zon, maan en sterren, en als men geloof zou hechten aan de meest buitenissige bedenksels, zelfs als een soort computer avant la lettre ...

 

-ludo vervloet-