Hoe beleefde je jouw jeugd in Boom?

Ik ben geboren in Noeveren (Boom) maar al vlug verhuisden mijn ouders naar Niel. Tussen mijn zesde en mijn tiende verbleef ik, bij mijn grootouders in Noeveren. Daar vergezelde ik mijn grootvader, een meester-steenmaker vaak naar 'het plein' en speelde ik in de loodsen. Mijn vader was doelman bij Nielse SV en ik deed de verplaatsingen mee. Dat had ik voor op mijn zus, die vier jaar jonger is dan ik, en op mijn broer, die zes jaar jonger is. Ik heb in de Rupelstreek een gelukkige jeugd gekend. Ik kon als kind veel buiten spelen tot ik op mijn zeventiende naar Hoboken verhuisde, waar mijn moeder het clubhuis van Bell Telephone runde. Mijn vader bracht het tot bediende in die fabriek. Wat ik me van Boom het best herinner, zijn de bezoeken aan de steenmakerij van mijn grootvader. Iedereen kende hem als 'de Litte'. Dit is trouwens de titel van mijn eerste roman geworden. Mijn spelletjes in het zandhok en de 'lezjes' (droogloodsen van de steenbakkerijen, nvdr) , het spelen met de klei, staan nog in mijn geheugen gegrift. Ik zie me nog achter de wagonnetjes lopen die nog door paarden werden voortgetrokken. Het was een onbezorgde tijd in een wat ruw milieu maar toch voelde ik me beschermd. Ik had ettelijke jeugdvriendjes zoals Eva Sas, Roger Mostien., maar die ben ik uit het oog verloren. Ook aan hen houd ik goede herinneringen over.

Je bent geboren in 1940. Herinner jij je nog iets van de Tweede Wereldoorlog?

Van WO II herinner ik me nog dat ik met mijn moeder onder de keukentafel kroop omdat er een V I over vloog. Die maakte een fluitend geluid. Verder herinner ik mij dat een Duitse soldaat zijn geweer onklaar maakte en het over een haag gooide. De omwonenden, waaronder wij, verdeelden de spullen die hij achterliet. Mijn moeder hield er een zware overjas aan over. En verder, tijdens de bevrijding, herinner ik me dat we met tientallen in een bunker zaten, terwijl de kogels bovengronds over en weer vlogen.

Waar liep je school?

Ik heb de voorbereidende afdeling gevolgd in het atheneum van Boom. We kregen toen les in noodklassen, in grote, grijze containers langs de rand van het park. Meester Calluy herinner ik mij nog. Hij was lid van de biljartclub in het café van mijn ouders. O ja, van mijn negen tot mijn zeventiende woonde ik in café 'De Sportkring' in Niel. Van mijn tiende tot mijn zestiende ging ik naar de 'mannekes', in het atheneum in de Hospitaalstraat. De gezichten van de leraars Frans, aardrijkskunde, Engels herinner ik me nog goed, maar ik ben hun namen vergeten. Enkel mijn leraar Nederlands, die ken ik nog, meneer Faes. Hij was het die mij aanmoedigde met schrijven. En schrijven is later mijn broodwinning geworden.

Wanneer wist je dat schrijven jouw roeping was?

In het vijfde leerjaar van de lagere school wist ik het al: ik word schrijver! Meester Litanie gaf als thema voor een opstel 'een droom'. Hij had een gulden boek waarin hij alle beste opstellen bewaarde. Hij las er altijd enkele uit voor. De meeste leerlingen kopieerden die opstellen. Maar ik had blijkbaar zitten dromen, ik had de voorbeelden niet gehoord en ik schreef iets volkomen anders. Mijn opstel werd gekozen als het beste van de klas en ik mocht het vooraan in de klas in het gulden boek komen schrijven. Op dat moment besloot ik schrijver te worden. Eerst schreef ik verhaaltjes voor mijn leeftijdgenootjes, maar op mijn zeventiende had ik mijn eerste, lijvige coming of age roman klaar. Gelukkig werd die niet uitgegeven. Het was een goede training voor mijn eerste wel uitgegeven roman 'Litte'. De Rupelstreek werd daarna vaak het onderwerp of een inspiratiebron van mijn films (Hellegat), of romans (De Bloedproever).

Kom je nog in Boom?

Ik kom nog vaak in Boom, onder andere omdat ik peter ben van EMABB, een buurthuiswerking in Noeveren, die ijvert voor het behoud van de site van steenbakkerij Frateur (de uiteindelijke restauratie kwam uiteindelijk tot stand door de medewerkers van steenbakkerijmuseum 't Geleeg, nvdr).

Spreek je nog Booms?

Soms sluipt er, op een ongecontroleerd moment, nog een Boomse klank uit mijn mond. Maar die is gemengd met het Niels, het Antwerps en het Nederlands. Ik zal nooit meer zeggen 'de missen vlogen over de pitten' (In het Booms dialect wordt de 'u' klank als 'i' uitgesproken, nvdr). Mijn drieënnegentig jarige moeder 'schiert nog de mieren', maar met haar zal ook die traditie uitsterven.

Mogen we binnenkort een nieuw werk verwachten?

Ik ben nu bezig met een nieuwe roman die zal klaar zijn in april volgend jaar. De titel is "Malena Grandes". Het werken eraan gaat traag, maar gestaag. Maar het is de bedoeling dat het een vlot leesbaar boek wordt. Malena Grandes is een zware, logge tiener, die met een hormonenkuur en een behandeling van haar schildklier, een wondermooie vrouw wordt. Door omstandigheden kiest ze voor de prostitutie, echter met in het achterhoofd de gedachte dat ze ooit wraak zal nemen op degenen die heer uitgelachen en misbruikt hebben.