Cassenbroek

Het Cassenbroek ontstond zo’n 10 000 jaar geleden toen de Demer hier nog doorheen de vallei kronkelde om iets stroomafwaarts van het Cassenbroek samen te stromen met de Dijle. In de loop der jaren heeft de Dijle echter een stuk van haar bedding verlaten en heeft ze zich al in Werchter bij de Demer gevoegd. Langs Demer en Dijle werden in de loop der jaren op natuurlijke wijze rivierbochten afgesnoerd. Die afgesnoerde meanders vormden hoefvormige meren die stap voor stap begroeid raakten met water- en oeverplanten. De afgestorven planten vormden op de bodem van deze meren metersdikke veenpakketten. Dit proces, dat al duizenden jaren bezig is, noemen we verlanding.

Voorjaarsflora

Het Cassenbroek bestaat dus uit een grotendeels verveende meander van bijna 2 kilometer lang en maximaal 100 meter breed. De Boeimeerbeek, die nu door één van de vroegere rivierbeddingen stroomt, en die ‘s winters vaak buiten haar oevers treedt, heeft in de loop der jaren heel wat voedselrijk slib uit de Zuiderkempen aangevoerd op de stukken die langs de beek liggen. Nu staan er op die plaatsen Essen-Eikenbossen met mooie voorjaarsflora zoals Bosanemoon, Salomonszegel, Muskuskruid, Dalkruid…

Jungle

Iets verder van de beek en in het midden van de vroegere rivierarm vinden we een langgerekt lint Elzen-Berkenbroekbos. Over tientallen hectaren vinden we er zompige, net begaanbare broekbossen met veel Moerasviooltje, Elzenzegge en Melkeppe. Op enkele plaatsen is het zelfs zo nat dat er enkel wilgen kunnen groeien. Door de slechte toegankelijkheid blijft het dood hout er liggen, het bos ziet er dus uit als een echte jungle. Zulke wilgenbroekbossen zijn zeldzaam in Vlaanderen.

Trilven

Het oostelijke deel van de Demermeander onderging de beïnvloeding van het Boeimeerwater niet en bleef voedselarm. Op een ongeveer 5 ha groot deel, het Trilven genoemd, gaat de vervening nog steeds verder. Het Trilven is dus eigenlijk een pakket veen dat drijft op het water en waarop planten als Veenmossen, Veenpluis, Snavelzegge en het zeldzame Zonnedauw bloeien. Op het veenmos groeien ook tientallen tere slechts enkele cm grote paddestoeltjes en leven er een hele reeks spinnetjes, kevertjes en mierensoorten. Aan de randen van het veenpakket komt een blubberige brij voor. Hier bloeien o.a. Wateraardbei, Melkeppe, Grote Egelskop, Wateraardbei. De eerste stukken van het Trilven werden in 1991 aangekocht, net op tijd want door de verbeterde afwatering was het veen stilaan aan het vastgroeien en er stond nog maar 1 plantje Zonnedauw. Dankzij jarenlang beheer staan er nu terug honderden plantjes.