Er bestaan in 1909 nog enkele geïsoleerde gevallen van veepacht. Vijf, zes jaar eerder was de praktijk van een huurkoe nog schering en inslag.  Het waren vooral melkkoeien die de kleine boeren huurden. De melk was dan voor de huurder, het kalf voor de eigenaar van de koe. Het kalf werd verkocht na drie of vier dagen.

 De eigenaar kon op elk moment de koe verkopen. De huurder kon het dier ook terugsturen zonder meer. Bij verkoop werd de aanvankelijk prijs van de verkooprijs afgetrokken en de rest werd verdeeld tussen huurder en eigenaar. Als de koe kwam te sterven was dat ten laste van de eigenaar. In 1909 waren er nog enkele bescheiden gezinnen in Sluizen die een koe, een vaars of een varken huren van een firma uit Leuven die zich hierin specialiseert.

  Vaak werkten landbouwers samen en werden dieren uitgeleend. Een werkman die een beetje grond bewerkte voor eigen rekening kon het paard van een herenboer lenen en ter compensatie bij hem enkele dagen werken. Dat kwam goed uit want de grote boerderijen vonden met de jaren almaar moeilijker personeel.

 Die paarden zijn de bekende Brabantse trekpaarden. Veel ervan zijn naar Duitsland en Denemarken uitgevoerd. De kleine boer gebruikt ook andere trekkracht: ossen en soms een koe. Een os trekt minder snel dan een paard maar hij is even sterk en zijn voeding en uitrusting kosten minder. Een os brengt achteraf ook meer op bij de slacht. Probleem is dat men geen ossendrijvers meer vindt. Het is een stiel die veel geduld vergt. Een pastoor vertelt dat een landbouwknecht tot in de biechtstoel bleef vloeken. Toch kreeg hij makkelijk de penitentie want het bleek een ossendrijver.

Professor Emiel Vliebergh (1872-1925) werd geboren in Zoutleeuw, was een van de stichters van de Boerenbond en schreef onder andere de merkwaardige monografie over het Hageland (1921). Minder bekend en moeilijker te vinden, is zijn oudere streekstudie (in het Frans, als co-auteur) over Haspengouw. Die verscheen in 1909 en bestrijkt de landbouwstreek van Gembloers tot Tienen, St.-Truiden, Tongeren, plus het plateau benoorden de Maas, van Luik tot Namen. Voor onze streek geeft de studie informatie aan de hand van een enquête, met 152 vragen over economie en woonomstandigheden, toegespitst op de gemeente Sluizen (L'Ecluse). Sluizen telde toen 494 inwoners, het hoogste getal ooit. Bij de fusie met Bevekom in 1976 waren er 246 inwoners (zonder het Hoegaardse deel van de dorpskom). Bovenstaande, de vorige en de nog volgende anekdotes uit het landbouwleven van honderd jaar geleden zijn vertaald uit 'La Population agricole de La Hesbaye aux 19e siècle'.

 

Vliebergh 5

Vliebergh 4

Vliebergh 3

Vliebergh 2

Vliebergh 1