Drie kwartier heeft het geduurd om alle kabeltjes van de Xbox en Kinect correct aan te sluiten. Dat frustrerende begin vergeet ik zodra ik een virtuele versie van mezelf kan creëren. Ik kan bijvoorbeeld voor een prinses Leia-kapsel en een mond vol vampierentanden kiezen. Zoals het een Life-redactrice betaamt, opteer ik voor een stijvolle look: een zomers rokje, fleurige ballerina’s met bijpassende sierraden, een aansluitend jeanshemdje en nonchalant opgestoken kapsel. Hierna kan ik niets meer aanvangen met de bijgeleverde controller en moet ik mijn lichaam gebruiken om door ‘Your Shape’ te navigeren.

De bediening start moeizaam: mijn armen zwieren in alle richtingen maar ik slaag er niet in om het spel aan te klikken dat ik wil uittesten. Het is beter om je arm rustig te strekken en de gewenste training gedurende een paar seconden aan te raken. Trek je je hand te snel weg, dan wordt de game niet geactiveerd maar keer je terug naar het hoofdmenu. Na een drietal keer proberen, heb je deze tactiek gelukkig helemaal onder de knie.

Trainen
Verder moet je weten dat ik niet groot woon. En om dit spel te spelen, heb je wel degelijk veel plaats nodig. Zelfs wanneer ik mijn sofa naar achter schuif en de salontafel onder de eettafel duw, kan ik amper genoeg bewegen. Een fitnessavondje organiseren onder vriendinnen zit er dus niet in. Voor het eerst vervloek ik ook mijn kleine televisie. De letters van het spel zijn quasi onleesbaar en als ik dichter bij mijn scherm kruip, ben ik onvindbaar voor de Kinect-sensor. Heeft iemand toevallig een flatscreen op overschot?

Uiteindelijk kan ik toch mijn eerste spel ‘Loop-a-hoop’ activeren. Ik moet heel snel met mijn heupen draaien zodat de hula hoops niet op de grond vallen en ik een zo hoog mogelijke score behaal. Heel even waan ik me een R&B-diva die al jaren op een podium danst in de beste clubs. Dat stopt wanneer mijn heupbeen kraakt en de computerstem zegt dat het veel beter kan. Wat er precies verkeerd gaat, wordt niet verteld. Competitief zoals ik ben, herhaal ik dit tot ik naar adem moet happen – qua training kan deze oefening dus zeker tellen.