'Absoluut een slecht idee', zegt ze. Het is woensdag. De dag dat ik thuis ben. Zorg dat er een lekkere (of dat is toch het doel) warme maaltijd klaarstaat als ze thuiskomen van school. Achterstand in was wegwerk, dokters en tandartsen bezoek en met ze rondcros naar ballet en muziekles. Van harte. Natuurlijk. Ik ben blij dat ik het kan doen. Want wanneer kan dat anders, en het is ook de dag waarop we het gezellig maken samen. Dat we al eens een spelletje spelen, of het park intrekken. Of gaan lunchen in de soepbar. En dat we bijpraten, zodat ik weer een beetje weet wat er leeft op school en in hun hoofdje. Maar wat als dat níét kon? Ik vraag het haar. Wat zou je ervan vinden als ik op woensdag zou werken? Absoluut een slecht idee dus. 'Waarom?' 'Omdat het veel leuker is als je thuis bent.' 'Zou je op school kunnen blijven?' 'Neen!' 'Babysit?' 'Dat is al iets beter, maar liever ook niet.' 'Waarom?' 'Omdat je al zo weinig thuis bent.'


De nagel op de kop is dat. Naast op praktisch vlak de enige oplossing (dat papa een dag minder werkt, ik moet het nog niet voorstellen; en de oma's zijn aan het werk, of reeds elders ingezet) is mijn vrije woensdag ook het moment waarop ik tijd inhaal. Tijd waar zij recht op hebben (die warme maaltijd, op andere weekdagen is het je reinste utopie). En tijd die ik gelukkig wél krijg, zonder dat iemand me (voor zover ik weet toch) erop aankijkt of het als al te magere ambitie percipieert.


Die vaak zo andere perceptie is wat mij betreft de kern van het probleem dat, met Vrouwendag volgende donderdag, andermaal volop in de kijker staat: het eeuwige (zo lijkt het toch) dilemma tussen carrière en gezin. Terwijl: zou het niet logisch zijn dat wie kinderen heeft (of het nu moeders of vaders zijn) daar, ook mét professionele ambities, op redelijke wijze zorg voor kan dragen? Dat (even, want meestal gaat het niet eens om een blijvende situatie) minder werken niet als een stap terug wordt beschouwd, maar als een positieve keuze voor het opnemen van alle verantwoordelijkheden?
Klinkt dit alsof ik mezelf wil sussen? Wil doen geloven dat ik, ondanks alles, niet slecht bezig ben? Ik ben me ervan bewust. En wellicht is het ook zo. Maar het is een punt dat ik toch wil maken. In de hoop dat we, als mijn dochter haar keuzes moet maken, van de discussie zijn verlost. In afwachting kan het geen kwaad dat ze er al eventjes over heeft nagedacht.