Bordeaux ademt een openheid uit die je in de Franse hoofdstad maar zelden zult ervaren. En daar heeft de rivier veel mee te maken. Je voelt er de verbinding met de oceaan, de weidsheid van het water, doordat je voortdurend vanuit de binnenstad naar het water toe gezogen wordt.
Dat water, dat is de Garonne. Een brede, machtige stroom die Bordeaux gemaakt heeft tot wat het is. Hierlangs kwamen de schepen al van in de 13de eeuw wijn ophalen. Hier toonden de indrukwekkende pakhuizen letterlijk aan dat er commerce gedreven werd met de rest van de wereld.

Al vallen die pakhuizen tegenwoordig wat tegen. Burgemeester en ex-premier van Frankrijk Alain Juppé haalde ze eind vorige eeuw tegen de vlakte. Wat ervoor in de plaats kwam? Proper aangelegde kaaien uiteraard, een hypermodern outletcentrum ('Le quai des marques'), nieuwe burgerhuizen en (heel slim) één brede ontspanningsruimte. De Bordelezen gaan er wandelen, joggen, sporten, op een bankje zitten kijken naar de zonsondergang en kinderen lopen er 'szomers graag door de waterfonteintjes.

Honderdjarige handel
Wie Bordeaux zegt, denkt wijn en niemand die je dat kwalijk zal nemen. Want Bordeaux is maar Bordeaux geworden dankzij die wijn. De Romeinen ontdekten al dat de wijnstokken die zij naar de streek brachten, het uitzonderlijk goed deden. Maar dé doorbraak voor de stad kwam er in de 12de eeuw. Eleonore van Aquitanië trouwde in 1152 met Hendrik Plantagenet, hertog van Normandië, graaf van Anjou en bovenal kleinzoon van HendrikI van Engeland. Door dat huwelijk werd Hendrik 'eigenaar' van heel Zuidwest-Frankrijk en toen hij in 1154 tot koning van Engeland gekroond werd, was het lot van Bordeaux voor enkele eeuwen beklonken. Zuidwest-Frankrijk werd Engels gebied en Bordeaux werd rijk en machtig door de wijnhandel met Engeland.

Vooral in de 13de en de 14de eeuw legde Bordeaux de fundamenten van zijn grandeur. In 1453, met het einde van de Honderdjarige Oorlog, werd Bordeaux opnieuw Frans maar in de 17de eeuw werden in de veroverde overzeese gebieden, de Antillen, nieuwe afzetmarkten gevonden. In 1789, bij het begin van de Franse Revolutie, is Bordeaux de belangrijkste havenstad van Frankrijk geworden.

En de ontwikkeling gaat voort. NapoleonI beslist dat er maar eens een brug over de Garonne moet komen. Die brug verbindt de stad met het 'achterland': de weg naar Parijs ligt plots open. Bordeaux gaat vanaf nu snel industrialiseren. Jacques Chaban-Delmas, burgemeester van 1947 tot 1995, kijkt nog verder. Hij bezorgt de stad een universiteit en breidt de haven uit.
Maar het is Alain Juppé, burgemeester vanaf 1995, die de stad écht gaat opknappen. Pakhuizen gaan tegen de grond, de kaaien worden heraangelegd en bovenal: de elektrische tramlijn wordt uitgebreid. Tien jaar lang hebben de werken geduurd. Tien jaar waarin de binnenstad quasi onbereikbaar was, met alle ongemakken van dien. Nu nog is de binnenstad elke eerste zondag van de maand autovrij, een overblijfsel uit die 'gedwongen' autovrije periode.

Unesco-erfgoed
Een stadswandeling door Bordeaux begin je aan de kaaien. En dan bij voorkeur aan de Esplanade des Quinconces. Het plein is één grote vlakte en wordt gedomineerd door het monument aux Girondins. Er vinden heel wat beurzen en evenementen plaats, zoals het jaarlijkse Fête du vin.

Op deze vlakte stond vroeger een groot fort. KarelVII had het opgetrokken om de handel met Engeland te coördineren. Lodewijk XIV liet het herbouwen door de onvermijdelijke architect Vauban. Om je een idee te geven van de omvang: voor de uitbreiding gingen 300 renaissancegebouwen tegen de vlakte. En Lodewijk XVI liet het simpelweg afbreken. Het monument van de Girondijnen dat er nu staat, zit zo tjokvol symboliek dat een beetje stadsgids er makkelijk een uur over bezig is.

Vanuit de Esplanade ben je in een wip in het historische centrum van de stad. Opgepoetst, sinds Juppé er eens doorging: dat is het minste wat je kunt zeggen. Sinds 2007 is de hele binnenstad dan ook erkend als werelderfgoed door de Unesco.

Trappen klimmen
Historische hoogtepunten om te bezoeken zijn hier te over. De kathedraal Saint-André, uiteraard. Daar begonnen ze aan te bouwen in 1280, een eeuw later waren ze klaar. Precies omdat de bouw zo lang aansleepte, kun je er zowel gotische als renaissancekenmerken in zien. Het opvallendste onderdeel is de klokkentoren, die er niet op maar naast staat: de Tour Pey-Berland. Voor 5euro mag je 232 trappen klimmen. Onderweg en boven zie je de mooiste klokkenluider van de Notre Dame-achtige sculpturen en gigantisch zware klokken, maar bovenal heb je een prachtig uitzicht over de stad. Die klokken ín de kathedraal hangen was te riskant: het gebouw van 124meter lang en 29meter hoog had kunnen scheuren door het gebeier.

Tussen de Esplanade de Quinconces en de kathedraal heb je echter de volledige oude binnenstad doorkruist. En daar, in de steegjes, zitten echte pareltjes verborgen. De Eglise Notre Dame bijvoorbeeld, een barokkerkje weggestopt in de 'gouden driehoek' op de Place de la Chapelle, achter het super-de-luxe winkelcentrum Marché des Grands Hommes. Het bijhorende klooster is omgebouwd tot een tentoonstellings- en concertruimte.

Maar waar je absoluut voor moet blijven staan kijken, is het Grand Théâtre, de indrukwekkende opera van architect Victor Louis op de Place de la Comédie. Gebouwd tegen 1780, gerestaureerd (alweer) in 1991. Bezoeken kan alleen als je een operaticket gekocht hebt of als je slim genoeg was om vooraf een afspraak te maken via het bureau voor toerisme.

Weg van de yups

Maar er is zoveel meer, in die oude stad. Er zijn de poortjes en de triomfbogen waar je onverwachts tegenop loopt, als je zomaar een hoek omslaat. Er zijn de opgeknapte herenhuizen met hun typische mascarons, carnavalsmaskers lijken het wel, van steen. Of de gietijzeren balustrades aan de huizen. Er zijn de vele gezellige pleintjes, omsloten door oude (gerestaureerde) gevels. En dan is het Zuid-Franse cliché nooit ver weg: een ijzeren tafeltje met drie stoelen, een karaf wijn, een homp stokbrood... Ah, la bonne vie.

En als je genoeg hebt van de vele grootse en grootsere burgerhuizen in het oude centrum, stap dan te voet naar het station. Anderhalve kilometer en je bent er, maar er wacht je wel een kleine cultuurschok. Want Bordeaux is ook een multiculturele universiteitsstad en je hoeft nog geen 500 meter te wandelen of weg zijn de luxueuze en onbetaalbare winkels, weg zijn de dure dames en de snelle yuppies.

Hier kom je in het échte hart van de stad. Een stad vol muziek en cafés, bodega's en kleine eethuizen waar je een glas wijn drinkt aan de toog en een plat du jour eet voor 8euro. Waar studenten een pita halen en de groentemarkt 'sochtends vroeg opengaat. Want dat prachtige, burgerlijke, grootse Bordeaux is op de allereerste plaats een Zuid-Franse havenstad en net dát gevoel moet je toch ook eventjes proeven.