Dat we samen zouden opvoeden, hadden we al lang beslist. Tot de kinderen echt kwamen. Ik heb steeds het gevoel dat ik als vader voor mijn plekje moet strijden. Ik was en plas, maar steeds net niet goed genoeg. Ik vouw de kleren van de kinderen op, mijn vrouw zal steevast de helft weer 'fatsoenlijk' opplooien zoals ze dat noemt. Doe ik mijn beklag bij vrienden, dan ben ik verrast: ze zeggen: 'Laat zitten, het maakt toch geen verschil uit of je met twee voor de kinderen zorgt.' Geef me eens wat argumenten waarom vaders verschil maken?

Wat opvalt in onderzoek over vaders in de opvoeding, is dat veel afhangt van de kans die ze krijgen van hun vrouwen om actief in het huishouden te stappen. Klassiek is het verschil in visie aan wat een 'woonkamer die op orde ligt' moet beantwoorden. Niet zelden zegt moeder 'dat zij het dan nog eens moet overdoen'. Bestaat er dan een unieke, nette woonkamer, of is wat zij opgeruimd noemt de norm in huis? Over dat soort discussies gaat het. Vrouwen willen wel dat mannen meedoen, maar te vaak zien ze dat onder hun supervisie. Samen een gezin en huishouden managen is niet simpel, want niet over alles heb je samen dezelfde visie.
Dat punt komt natuurlijk ook in beeld als het over de kinderen gaat. Hoe vaak moeten ze in bad, wat is goed gewassen, wat zijn de juiste kleren, hoe strikt moet het slaapuur toegepast worden. Ook al ben je het eens over de grote lijnen, het is net de dagelijkse praktijk die je confronteert met je verschillen. Toch ligt daar ook een kans op winst: kinderen leren iedere ouder beter kennen door met die verschillen te spelen. Op voorwaarde natuurlijk dat het niet te drastisch uiteen loopt, dat is duidelijk.


Mist men wat aan een niet opvoedende vader? Jazeker, daar stapelt onderzoek de argumenten voor op. Hier zijn er wat: opvoeden met betrokken vaders maakt kinderen beter in zich inleven in de situatie van andere mensen, waardoor ze vlotter leren omgaan met andere kinderen. Vaders spelen op een drukkere manier met kinderen, doen makkelijker gek, maken meer stemvariaties (of lawaai…). Dat stimuleert andere zones in de hersenen dan de meer omwikkelende stijl van moeders met jonge kinderen, de zachte aanpak, het instinctieve inspelen. Samen is dus winst. Vaders leren hun kinderen beter hoe je wild kan doen en toch veilig toestellen en tuigen te lijf gaat. Of hoe je best valt als het dan toch gebeurt. Hun kinderen zijn sneller in het bedenken van oplossingen als iemand knel zit in een spel, of als men zich verveelt en zoekt hoe zich bezig te houden. Vaders die leuk vertellen en daar ook plaatsmaken voor emoties, die hun kinderen wijzen op woede die of verdriet dat bij hen opkwam, versterken de emotionele intelligentie.


Op school dragen vaders bij tot de uitdaging er tegenaan te gaan. Vaders die de school alleen de zaak van moeders vinden, maken een echte fout. Meedoen, sportief zijn, niet opgeven en je frustraties opzijleggen, daar helpen papa's die meedoen aan het schoolwerk. Schoolresultaten zijn beter bij kinderen waar beide ouders interesse hebben. Nadenken over een strategie om een situatie met vrienden op te lossen of om beter te scoren bij sport. We kunnen nog even doorgaan. Laat het duidelijk zijn: vaders, die heb je er best bij. Zelfs al gaat het om beperkte tijd. Er is een groot verschil tussen vaders die alle tijd aan hun werk of hun eigen hobby's spenderen en zij die ieder moment dat het toch kan gebruiken met de kinderen. Druk werk is dus geen excuus. Wil dat zeggen dat eenoudergezinnen of andere vormen van ouderparen minder kansen maken? Neen, op voorwaarde dat ze plaats geven aan mannen in de opvoeding van hun kinderen: familie, vrienden, ouders van klasgenootjes.
Het begint allemaal bij dat eerste punt: om mee te doen, moeten vaders mogen meedoen. Aanwezig zijn in huis is al wat, maar het is onvoldoende. Participeren in de opvoeding, daar gaat het om. Moeders moeten niet zelden verleid worden door hun partner om het vertrouwen te krijgen dat ze het even goed kunnen. En vrouwen moeten humor inzetten om te leren dat de was anders geplooid niet hetzelfde is als een rommeltje.

In 'De opvoedcoach' gaat de bekende kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens wekelijks in op een lezersvraag over opvoeden. Hij is de auteur van verscheidene klassiekers over het opvoeden van kinderen.