Onze zoon (14) speelt de jongste tijd van alles kwijt. Enkele voorbeelden: zijn portemonnee met geld, identiteitskaart en nog enkele andere kaarten, een turnzak (met dure sportschoenen en een turn-T-shirt met logo van de school), zijn rekenmachine van 158 euro, zijn polarmeter, voetbalkleding. Als je alles optelt, kom je gemakkelijk aan een bedrag van 600 euro. Hij vindt dat niet erg en steekt de schuld op ons. Hoe kunnen we hem ervan overtuigen dat hij meer zorg moet dragen voor zijn materiaal? Mogen we eisen dat hij in een deel van de kosten tegemoetkomt door zakgeld in te trekken? We zijn bang dat, als hij geen zakgeld meer krijgt de komende tijd, hij misschien op een andere manier zal trachten aan geld te komen.

 

Eerst even iets over de techniek in het hoofd van je tiener. De afdeling die moet zorgen voor planning en organisatie, die zit vooraan in zijn hoofd. Op de leeftijd van 14 jaar is de afwerking ervan zowat halfweg. Dat wil dus zeggen dat er nog veel te doen valt. Tussen 14 en 16 is het daar erg labiel gesteld. Spreekt u uw zoon ernstig aan, dan hebt u kans dat hij belooft er werk van te maken, maar in aanwezigheid van zijn vrienden vergeet hij die belofte alweer. Op andere uren ligt hij te luieren in de zetel en herkent u de luie houding van zijn hersenen die beter op hun spullen zouden moeten letten. We weten dat de verbouwing van het lichaam van de tiener heel veel energie verbruikt. Lengtegroei, seksuele ontwikkeling, verstand naar volwassenheid brengen, op iedere verdieping van zijn lijf kan een bordje 'tijdelijke storingen' hangen.


Dat wil zeggen dat u als ouder niet meteen in paniek moet slaan over zijn gedrag en u ook geen maagzweer moet oplopen omdat u denkt fout op te voeden. Zijn gedrag kunnen we begrijpen, wat iets anders is dan goedkeuren. Hij is in ontwikkeling en dat schip moet in de juiste koers gehouden worden. We weten dat dit veel beter loopt door onbehoorlijk gedrag niet te aanvaarden, er een discussie van te maken, op te treden. En dus even duidelijk heel leuk en feestelijk te reageren als hij het goed doet. Zijn hersencellen hebben dat verkeersreglement namelijk nodig. Ze moeten duidelijk weten in welke richting ze hun werken bij voorkeur uitvoeren. Anders wordt het een kriskras gedoe in die kop, waarmee gedrag niet vordert.


Uw lot is op dit moment dus duidelijk te zijn, het niet te pikken en hem te laten betalen wat hij verliest of er werk in huis voor te doen. Of een vakantiejob te nemen. Uw zoon komt dan af met argumenten, schrijft u. Dat het jullie fout is, bijvoorbeeld. Wees blij dat hij antwoordt, maar laat de inhoud het ene oor in, het andere oor uit gaan. Uw zoon is vaardig, hij tracht te ontsnappen, tracht u onzeker te maken. Dat is niet erg, het is goed dat hij in het leven oefent met debat en argumenten. Maar ook daar zal u hem leren wat kan en wat niet. Welke argumenten er voor u toe doen en wat geblaat en gebakken lucht is. Gewoon doordoen. Durf uw beslissingen te nemen. U bent bang dat hij dan een criminele toer op gaat? Sorry, als dat risico speelt bij uw zoon, weet u het best snel. Zolang hij minderjarig is, valt het nog aan te pakken en om te buigen. Zo nodig via de rechter. Wedden dat uw zoon het niet zover laat komen? Wat hij doet, is het gekende opbod van jongeren. Zijn hersenen zijn nog impulsief en dus reageert hij op uw geblaf met tegenblaffen. Laat u niet van uw sokken blazen, blijf er rustig bij, zeg gewoon hoe het er op staat. Wat hij verliest, betaalt hij zelf. Punt. Zet u op de bank, schenk u een glas in en feliciteer uzelf met uw standvastige uitspraak. En laat intussen zijn storm van tegenargumenten als een zachte bries over u gaan. Hij wordt groot, dat is wat u moet denken.

In 'De opvoedcoach' gaat de bekende kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens wekelijks in op een lezersvraag over opvoeden. Hij is de auteur van verscheidene klassiekers over het opvoeden van kinderen.