De politie hield de auto van Isidore T. op 15 december 2009 tegen op de snelweg in Brecht. Aangezien hij te snel reed en zijn wagen Franse nummerplaten droeg, dachten de agenten dat hij misschien wel drugs vanuit Nederland naar Frankrijk vervoerde.

Toen ze de auto doorzochten, troffen ze geen drugs aan maar wel flesjes met chemische producten, 77 biljetten van 50 euro met een chemisch geurtje aan, een thermos met een slecht ruikende vloeistof in en pakketten met stroken papier.

Hij had ook een document op zak met daarop de namen van mensen die hij wellicht probeerde te betrekken bij een oplichting met zwart gemaakte biljetten. De verdediging pleitte dat de zoeking in de auto onwettig gebeurde, maar de rechtbank was het daar niet mee eens. De beklaagde had er immers zelf toestemming voor gegeven.