Ja, je kunt de wonderen van het Amerikaanse zuidwesten ook met de bus of de auto bezoeken, maar dat hebben we al eens gedaan en dan ben je algauw een halve dag of meer onderweg van punt naar punt. Tot iemand op het idee kwam om kleine vliegtuigjes in te zetten, die de reistijden flink verkorten. En wie minder tijd verliest aan verplaatsingen, kan in evenveel tijd meer highlights zien. Dat is gewoon wiskunde. Het concept werd sinds kort ook in ons land gelanceerd. Wij vlogen als een van de eersten mee op air cruise, met vertrek en aankomst in Los Angeles.

We rijden met de bus naar de luchthaven van Burbank, een voorstad van Los Angelesdie behalve de Warner Bros-studio's (waar Friends werd opgenomen) ook een luchthaven herbergt. Ze is piepklein, letterlijk een hangar en een landingsbaan groot – zoals alle luchthavens tijdens deze cruise, overigens – en wordt vooral gebruikt door reizigers die liever de grote luchthavens mijden voor hun binnenlandse vluchten. Lees: zakenlui en beroemdheden. 'Vorige week zat Quentin Tarantino hier nog een koffietje te drinken op het terras', vertelt Giorgio in de microfoon van de luxebus.

Op het tarmac zien we ons gevleugelde vehikel voor het eerst. Het is een tweemotorig vliegtuig van het merk Brasilia, met plaats voor dertig passagiers. Wij zijn maar met z'n dertienen, plaats genoeg dus. Er zijn twee piloten aan boord, een wc, iets wat op een minikitchenette lijkt en, niet te vergeten: de waarlijk wonderlijke stewardess Debbi. Ze werkt altijd alleen in dit vliegtuig en haar job is dus gerust kleinschalig te noemen, maar toch is ze opgedirkt als werkte ze aan boord van een Concorde vol met regeringsleiders: stewardessenoutfit, hoge hakken, haren strak in een gevlochten dot, glamoureuze make-up, drie diamanten armbanden om de pols en vier diamanten oorbellen in evenveel gaatjes. Ze spreekt ons ook allerofficieelst toe, net als op een groot vliegtuig: 'Ladies and gentlemen, it is my pleasure to welcome you on board of this aircraft.' Net echt.

En dan stijgen we op. Inchecken en bagagecontrole hoeven niet, dat is het voordeel van dit soort kleine luchthavens. Even je paspoort tonen aan de stewardess, instappen, gordel vastklikken en achteroverleunen. De bagage is intussen al door de buschauffeur aan boord gebracht.Twee minuten later vliegen we boven de heuvels van Hollywood en Beverly Hills, waar de villa's van de sterren elkaar lijken te bekampen voor een plekje in de zon.

De stad van Clint
Twintig minuten later zijn we in de kuststad Monterey, vijfhonderd kilometer ten noorden van Los Angeles. Op het programma: een boottocht op de oceaan om walvissen te spotten. Jezus, daagt het me plots: het is amper tien uur, ik heb er al een busrit en een vlucht op zitten en nu sta ik vijfhonderd kilometer verderop op een boot in wat wel het midden van de oceaan lijkt. De walvissen werken mee en laten hun staarten en opspuitend water zien. Een eerste hoogtepunt, lijkt me, maar wie weet haalt het binnen zeven dagen de top tien niet meer.

In de namiddag voert de bus ons langs de 17-Mile Drive, een van de beroemdste en mooiste stukken van de Californische kust. Het is een privaat stuk kustweg, tussen frisgroene golfterreinen –onder meer het beroemde Pebble Beach– en huizen van sterren als Clint Eastwood en destijds ook Clark Gable. Het weer zit er vaak niet mee, maar het is een niet te missen attractie tussen Monterey en Carmel. Het kleine stadje Carmel-by-the-Sea staat om veel dingen bekend: Clint Eastwood is er een tijdlang burgemeester geweest, er is een wet tegen het dragen van hoge hakken, het is een van de meest hondvriendelijke steden ter wereld en de huizen hebben er geen huisnummer. Het draagt allemaal bij tot de perfecte, haast sprookjesachtige Desperate housewives-sfeer die hier in de straten heerst. Amerika op z'n aangenaamst. Om maar te zwijgen van het strand, dat al even perfect is. En kijk, dag één zit erop. En jongens, wat was hij gevuld.

Alcatraz & de rode brug
Dag twee. Van Monterey vliegen we naar San Jose, tweehonderd kilometer of zeventien minuten vliegen verderop. Een nieuwe bus wacht ons op en brengt ons naar San Francisco, langs Silicon Valley, waar techneuten zich kunnen vergapen aan de hoofdkantoren van zowat elk bekend technologiebedrijf ter wereld. Wij vergapen ons dan liever aan San Francisco, wat ons betreft een van de aangenaamste en gezelligste steden van Noord-Amerika. En hop, daar ligt alweer een boot te wachten. Dit keer brengt hij ons naar Alcatraz, de legendarische gevangenis op een rots in de baai van de stad, die in 1963 werd gesloten. Het bezoek aan de gevangenis zou een tourist trap kunnen zijn –jawel, er is een Alcatraz-giftshop en je kunt je foto laten maken voor een valse achtergrond– maar the rock is best indrukwekkend als je eenmaal binnen bent. Het is er niet overdreven druk en de cellen, drie hoog boven elkaar, staan er nog in hun oorspronkelijke staat. Het deed ons wat denken aan Fort Boyard, maar dan voor gevorderden.

Ook Fisherman's Wharf, waar de boot weer aanmeert, heeft met zijn kraampjes en kleine restaurants iets van een pretpark. De clam chowder, een romige soep met venusschelpen in een kom van zuurdesembrood, staat er hoog op de todolijst van de gemiddelde toerist.

Dag drie van onze reis diept de stad nog wat verder uit. De Golden Gate Bridge, incontournable, die stiekem eigenlijk hetzelfde aanvoelt als een gewone brug wanneer je er met de bus over rijdt. Die andere en de even indrukwekkende maar wat minder rode Bay Bridge, die naar het kunstmatig opgeworpen eiland Treasure Island leidt, waar je een geweldig uitzicht over de skyline hebt. Alamo Square Park, waar tv-fans in één opslag de huizen uit Mrs. Doubtfire en Full house kunnen spotten. Het nationale park Muir Woods, een uurtje buiten de stad, waar we op eigen houtje een halfuur mogen rondwandelen op het houten pad dat, typisch Amerikaans, het bos doorkruist. En toch is het lang genoeg om helemaal alleen in het midden van een donker en hoog woud te staan, terwijl we een uur geleden nog naast de beroemdste brug ter wereld stonden. Even aanraken en weer weg, dat is nog altijd het motto van deze reis.

Vergeet ook het wijngebied Sonoma County niet en Sausalito, een voorstadje van San Francisco met kleine kunstwinkeltjes– al wordt er ook een affiche van een Belgische Kuifjetentoonstelling voor veel geld te koop aangeboden. En winkelen in downtown San Francisco, met zelfs een etalage van Dries Van Noten. Het kan allemaal in één dag tijd, als je goed propt tenminste.

1 dag, 3 staten
Genoeg geslenterd in één stad, we zijn op vliegtuigcruise en gaan weer vliegen. Naar het onooglijke dorpje Merced, dit keer, nog altijd in Californië en een prima uitvalsbasis om het nationale park Yosemite te bezoeken. Bekend van zijn rotsen, zijn watervallen, zijn gigantische sequoia's en Tom Waes die er onlangs nog aan El Capitan hing te bungelen. Het is een uur rijden van de ingang van Yosemite naar de hoger gelegen Mariposa Grove, waar je de hoogste en dikste sequoia's van het park kunt aanraken. Wanneer we terug naar beneden willen rijden, vlak voor valavond, weigert onze bus elke dienst. Terwijl de chauffeur de motor gaat inspecteren, schiet De Anna, de vrouw uit Idaho, in een Amerikaanse paniek. Ze belt het noodnummer 911, met de mededeling dat we vastzitten op de top van de berg en dat we weldra gaan omkomen in de sneeuw. Ze sms't een vriendin in Idaho, duizend kilometer verderop, om hulp. Ze staat op het punt in te breken in de giftshop van Yosemite, op zoek naar iets eetbaars, maar ze krijgt de ketting gelukkig niet van het slot. Ze roept en tiert tegen de chauffeur. Een halfuur later is de bus gemaakt, een uur later staan we weer in het hotel. Kleurrijke reisgezellen, die Amerikanen.

Op dag vijf vliegen we naar het al even onooglijke Cedar City, in de staat Utah, van waaruit alweer een nieuwe bus ons naar Zion National Park brengt. Zion is vergelijkbaar met Yosemite, maar volgens ons nog net iets mooier en intiemer. Net als gisteren maken we een korte wandeling van een uur, genoeg om de sfeer van het park op te snuiven, wat foto's te maken en net niet te bevriezen van de kou.Dat is eigenlijk ook genoeg in zo'n nationaal park. Tenzij je van plan bent een fikse dagtocht te maken, kun je er eerlijk gezegd niet veel meer doen dan van fotopunt naar fotopunt te rijden en te proberen de onaardse pracht te vatten. Met de camera, maar ook in je hoofd.

Zo gaat het ook op dag zes, een topdag voor wie graag drie staten in één dag bezoekt. Van Cedar City rijden we naar Bryce Canyon, zonder twijfel de mooiste canyon van Noord-Amerika, met zijn vreemde kegelformaties die in de loop van miljoenen jaren zijn gevormd door erosie, vorst en dooi. Vorst, in dit geval, want het is er liefst min vijftien. Daarna vliegen we naar de Grand Canyon, Arizona, die natuurlijk oogverblindend is maar het vooral moet hebben van zijn omvang. Ten slotte gaan we voor het contrast: van de natuur en de stilte naar het oorverdovende en protserige Las Vegas, Nevada. Morgen vliegen we terug naar Los Angeles, met haar 75 minuten de langste vlucht.

Het gps-gevoel
Het valt me intussen op hoe verwend je ervan wordt, wanneer altijd een bus naast het vliegtuig klaarstaat en de chauffeur je bagage inlaadt, je de hele dag voert en 's avonds netjes in het hotel afzet, waar je de volgende dag weer wordt opgehaald en naar het vliegtuig wordt gebracht. Wanneer ik na anderhalf in de bus ontdek dat er ook een luchthaven in Bryce Canyon is, ga ik als vliegtuigtoerist al snel denken: ja maar, dan hadden we beter toch even het vliegtuig genomen in plaats van de bus? De grenzen van de decadentie vervagen al snel op zo'n vliegtuig, ziet u.

Net als je oriëntatie, overigens, een beetje als met rijden met de gps. Toen ik de eerste keer in West-Amerika was, kon ik genieten van de lange autoritten. Vijfhonderd kilometer rechtdoor door Arizona en dan stoppen in het een of andere boerengat, heerlijk was dat. Zo voel je fysiek dat je onderweg bent, tel je de kilometerpaaltjes, weet je waar je naartoe rijdt. Dat valt helemaal weg in het touch-and-goconcept van een vliegtuigcruise.Al geven we ook toe dat die lange autoritten destijds ook wel saai werden, en dan is zo'n korte vlucht dubbel zo aangenaam.

En dan is er nog de ecologische voetafdruk van zo'n vliegtuig. Ik sus me met de gedachte dat het een klein vliegtuig is en dat we het met z'n dertienen tegelijk nemen. Is het dan schadelijker dan een auto die vijfduizend kilometer moet rijden met maar drie mensen aan boord? Ik weet het niet, maar ik laat het uitzoeken.Reizen is nu eenmaal CO2-onvriendelijk, zeker in een uitgestrekt land als de VS.

In zulke momenten van vertwijfeling kijk ik altijd naar de stewardess. Of ze nog glimlacht. Ja, in dit geval. Na zes dagen valt ze af en toe grandioos uit haar rol. Na het opstijgen op dag vier zegt ze, doodserieus: 'Dames en heren, u kunt nu gerust uw elektronische apparaten gebruiken. Voor een paar minuten toch, want dan gaan we weer landen, hahaha!' Of, Zoals nadat het kleine vliegtuig zowat in vrije val was gegaan door zware luchtzakken: 'Isn't this FUN? De rollercoasterrit is gratis. Yaaaaaaay!' En als de stewardess er zo over denkt, kunnen wij alleen maar beamen: big fun.


Praktisch

Deze reis komt uit de brochure van Connections, de specialist en marktleider voor reizen naar de Verenigde Staten. In de brochure vindt u een uitgebreid aanbod selfdrives en hotels om uw reis samen te stellen, naar ieders budget. Haal ze in een van de 30 Connections Travel Shops, raadpleeg het volledige aanbod op www.connections.be of check Twitter en Facebook voor de laatste promoties en beste deals.

Prijs van deze reis: 939euro op basis van een tweepersoonskamer. Inbegrepen zijn alle privévluchten, bustransfers, overnachtingen (****), gids, entreegelden, ontbijt en diner. Niet inbegrepen: vlucht Brussel-Los Angeles en lunches.

Wie tot eind juni deze reis boekt, krijgt tot 20 procent korting. De Standaard en Het Nieuwsblad doen aan onafhankelijke reisjournalistiek. Deze reis werd ons aangeboden, maar zonder afspraken over of beïnvloeding van de uiteindelijke waardering ervan.