Meer dan vijf minuten heb je niet nodig om van het station of –voor wie met de auto komt– van de bijbehorende ondergrondse parking naar het centrum te wandelen. Wij beginnen ons winkelverhaal aan La Grande Place, ook wel bekend als de Place du Général-de-Gaulle, een plein dat gedomineerd wordt door het oude beursgebouw. Het enorme pand is opgebouwd uit 24 kleine handelshuisjes rond een binnenplaats. Op de weg van het centrum naar de oude stad nemen we de Rue de la Clef en de Rue de la Grande Chaussée. Beide straten, die parallel met elkaar lopen, huisvesten leuke en originele winkels. Net omdat het hier zulke kleine panden zijn, laten de grote winkelketens deze straat een beetje links liggen, en dat maakt de winkeltocht extra verrassend.

Vintage & fair trade
Het is maandagochtend en dus is het lekker rustig in boetiek Manoush in de Rue de la Clef. Het jonge Franse label Manoush, het Franse woord voor 'zigeuner', profileert zich met een eclectische vintage stijl en heeft iets verfijnds, poëtisch en meisjesachtigs, maar dan met een kitscherig kantje. Ook leuk om te weten: Manoush werkt met de Marokkaanse Jalil-workshops, een fairtradesysteem dat vrouwen thuis aan het werk zet zodat ze tegelijkertijd bij hun kinderen kunnen blijven en toch iets verdienen. Zij naaien en borduren de tassen en accessoires van Manoush. Voor meer vintage inspiratie lopen we door naar de Rue des Trois Mollettes, in het hart van de oude stad, waar we binnenstappen in de kersverse boetiek van modeontwerpster GennaM. De winkel heeft een fijne collectie tweedehandse kleding en accessoires en er is ook een groot aanbod aan romantische jurken, van de jaren twintig tot zeventig. De modellen zijn uniek en kunnen worden aangepast. Genna toont alleen het beste wat ze heeft gevonden op trips in het buitenland en geeft ook stijladvies. Ze vindt het duidelijk zalig om haar passie voor mode te delen.

Om in de vintage sfeer te blijven, houden we even halt bij Rémi's Boutique, met een leuke selectie oude stoelen, lampen en tafels. Je kunt er ook iets eten. Zelf vallen we voor een Luikse wafel met warme chocolademelk en trekken verder naar Vieux Lille, de chiquere winkelbuurt. We lopen door de driehoek met de andere smalle straatjes: de Grande Chaussee, de Rue Lepelletier en de Rue de la Monnaie. Hier rollen we van de ene exclusieve winkel in de andere luxeboetiek. Ook veel ontwerpers hebben er hun eigen gestroomlijnde stekje. Een must see is de conceptstore Série Noire, in de Rue Lepelletier: een schatkamer voor mannen en vrouwen die er het geld voor (over) hebben. We spotten Dior voor mannen, Chloé, Barbara Bui, Stella McCartney en Balmain.

Culinair
Ook een modeblogster heeft weleens genoeg van shoppen en dat geldt ook voor Pauline, onze gids door de stad. We lassen een rustpauze in aan de trappen van de kathedraal Notre Dame de la Treille, uit 1854. Deze kerk, in het hart van de oude stad, lijkt in de steigers te staan. Je zou denken dat de grijze muren nog geschilderd moeten worden, maar dat hoort zo: de voorgevel bestaat grotendeels uit lichtdoorlatende marmeren platen. Rijsel laat ook culinaire harten sneller slaan. Er worden zelfs culinaire stadswandelingen georganiseerd, waarbij je Rijsel ontdekt in drie gangen. Je krijgt dan leuke anekdotes en bijzondere verhalen over de stad te horen, terwijl je in drie restaurants respectievelijk een voorgerecht, een hoofdgerecht en een nagerecht geserveerd krijgt. De wandeling duurt vier uur en kan zowel 'smiddags als 'savonds.

Inspirerend is ook de wandeltour Lille sucrée-salée, met verhalen over snoepbakkers, deegkoningen, streekproducten en culinaire ambachten. Een van de obligate haltes daar is Meert, al sinds 1761 een vooraanstaand adres voor cake, broodjes en ijs, maar bovenal voor overheerlijke chocolade. De winkel in Rue Esquermoise zelf oogt al even mooi als wat erin ligt. Sinds 1839 is het interieur van de zaak niet meer veranderd. Neem een koffie of thee in de tearoom achter in de winkel, al sinds 1908 een elegante tearoom in Louis XIV-stijl.