Tegen een vrouw die veel in de frituur kwam, had Roussard verteld dat hij een dag verlof zou nemen om zijn echtgenote en Mathias te beloeren. Dezelfde vrouw verklaarde ook dat Roussard twee maanden voor de feiten op 12 juli 2006 tegen haar gezegd had dat hij vermoedde dat zijn vrouw vreemdging met Mathias Franssen. 

De speurders vertelden dat Franssen en Vossen ondanks herhaalde verzoeken pertinent weigerden een test met de leugendetector te ondergaan. 'Ze hadden zo ook hun onschuld kunnen bewijzen', zei onderzoeker Patrick Hermans. Franssen zou ook Vossen richtlijnen hebben gegeven over wat ze al dan niet moest verklaren.

De politiemensen somden ook een reeks tegenstrijdigheden op, zoals twee getuigen die het alibi van Franssen onderuit haalden. Die twee getuigen hadden Franssen de avond van de moord op 12 juli 2006 te voet richting frituur zien wandelen. Twee anderen zagen de Berlingo van Roussard rijden naar de woning van Roussard en de enige die achter het stuur kon zitten, was Franssen. Die bleef echter volhouden dat hij thuis zat.