Bamboe, de reus onder de grassen, is een van de snelst groeiende planten ter wereld. Een gewaarschuwd tuinman is er twee waard: hoeveel Vlaamse tuinliefhebbers zijn er immers niet die enthousiast bamboe zetten, tot die plots blijkt uitgegroeid tot een woekerend en ontembaar bamboebos dat van de ene dag op de andere voor de bijl moet. Desnoods met behulp van gif of graafmachine. Maar het hoeft écht niet zo te gaan. Mits je de juiste soort kiest, is bamboe geen risicoplant, wel integendeel.

Bamboe is het ganse jaar groen en zuivert de lucht tot 35procent méér dan een boom met dezelfde bladmassa. Dit reuzengras is –dankzij zijn forse en diepe wortelgestel– zelfs in staat om vervuilde grond te saneren: weinig bomen die hem dat nadoen. Bamboe is een tolerante plant en heeft geen specifieke bodemvereisten, behalve dan dat het geen moerasplant is en dat hij bijgevolg niet graag met zijn voeten in het water staat. Niettegenstaande er veel vorstgevoelige bamboe is, bestaan er ook echt winterharde soorten, met een 'vorstlimiet' van -12°C. Al blijft bamboe een tropische plant, de Fargesia bijvoorbeeld doet het zeer goed in onze streken.

Onverschrokken
Heel belangrijk is het onderscheid tussen de woekerende soorten en hun bravere broertjes. Bij de woekerende of rizoomvormige bamboe gaan de wortelstokken onder de grond heftig tekeer: de plant maakt ondergronds steeds nieuwe rizomen (wortelstokken dus) bij. Er bestaat ook bamboe met een polvormige groeiwijze, die géén lange, ondergrondse uitlopers krijgt en alle Fargesiasoorten behoren daartoe. Aangezien ze tegelijk goed tegen ons klimaat kunnen, zou dit misschien wel eens de juiste keuze kunnen zijn voor jouw tuin.

Tenzij je onverschrokken bent, en zonder enige bamboevrees voor een van de indrukwekkendste soorten kiest. In dat kaliber is de Phyllostachys een mooie: je hebt er bijvoorbeeld eentje met zwarte halmen (Phyllostachys Nigra) of een soort met gele halmen met groene streepjes op de zijkant (Phyllostachys Aureosulcata Spectabilis). In deze familie zit verder een soort met de allures van een heus flatgebouw: de Phyllostachys Vivax, die winterhard is en wel 10 meter hoog kan worden. De halmen hebben een diameter tot ongeveer 8 cm.

Er zijn ook soorten waar je –hoe heldhaftig en groot je bamboeliefde ook mag zijn– beter afblijft. De Pleiobastus en de Sasa zijn echt extreme woekeraars en maken binnen de kortste keren van jouw tuin een ware jungle. En ook van die van de buren. Wie een woekerende, rizoomvormende bamboesoort zet, neemt sowieso best een paar voorzorgsmaatregelen om de lieve vrede in eigen tuin en met de buren te bewaren. Het is strikt noodzakelijk een rizoombarrière op te werpen rond het bamboeperk: dit gebeurt met een wortelbegrenzende folie die 50 cm diep in de grond gaat en er 7 à 10 cm bovenuit mag steken. Gebruik hier geen vijverfolie voor, want hier boren de wortelstokken zich ongetwijfeld door. Waarschuwing: zet een bamboe nooit te dicht bij je vijver, want vroeg of laat loopt hij leeg! De wortelstokken zijn genadeloos. Wat ook kan helpen, is om de bamboe op een berg te planten – een groen Kuifje in je tuin.

Best is om bamboe in het voor- of najaar te planten. Bamboe mag overigens evengoed in een pot of bak, dan is het woekerprobleem meteen ingedijkt. In de tuin kan hij dienst doen als windscherm, om percelen van elkaar te scheiden, enzovoorts. Ook de halmen zijn achteraf nuttig. Denk maar aan je grootvader, met zijn bonenplanten tegen de bamboestokken.


Uitroeien? Kortwieken!
Is de plaag al een feit in jouw tuin, dan hoef je er gelukkig geen reuzenpanda bij te halen om het 'bambos' in te dijken. Iets wat elke tuinier steeds in gedachten zou moeten houden: zorg ervoor dat de remedie niet erger is dan de kwaal! Dat geldt trouwens voor nog veel meer aspecten in het leven... In geval van de bamboe, volstaat het om de halmen tot tegen de grond te verwijderen, zodat er geen fotosynthese meer kan ontstaan. De knoppen die nu tevoorschijn komen – slapende knoppen genoemd – moeten telkens opnieuw verwijderd worden tot er geen halmpje meer tevoorschijn komt. Dat kan een behoorlijke poos duren. Misschien ben je er wel een jaar zoet mee, maar uiteindelijk zal de plant geen wortelstokken meer bijmaken en afsterven, zonder dat er schadelijke producten aan te pas moesten komen, of dure graafmachines.

Fargesia in soorten
Latijnse namen zijn niet onze eerste prioriteit, maar voor de Fargesia onder de bamboes kunnen we wel een paar tips geven. Ideaal zijn de Fargesia Robusta, Fargesia Jiuzhaigou en de Fargesia Denudata. De Fargesia Rufa groeit robuuster uit, de Fargesia Utilis is dan weer een grotere en hogere soort. Deze laatste is wel de minst winterharde van het rijtje.

Combineren naar hartenlust
Het is vast een van de redenen waarom we bamboe de laatste jaren zoveel tegenkomen: de plant combineert perfect met veel andere gewassen. De combinatie met bladplanten blijft bij de meeste kenners een topper. Bamboe past goed bij Japanse esdoorn (Acer palmatum), Broodboom (Aucuba), Vingerplant (Fatsia japonica) en bij vaste planten zoals de schoenlappersplant (Bergenia), Daglie (Hosta), Kruiskruid (Ligularia), of bij schaduwminnende, groenblijvende bodembekkers en varens.

Wist je dat…
- De reuzenpanda de bamboebeer wordt genoemd en dat deze kolos per dag 9 tot 14 kg bamboe eet en daar een uur of tien mee bezig is?
- De scheuten van vele bamboesoorten eetbaar zijn?
- In China sommige bamboe 120 cm per etmaal groeit? Ze kunnen uiteindelijk 30 meter hoog worden met een diameter van 30 cm.
 - Helaas lukt dat bij ons in België niet. We hebben het immers over de soort Dendrocalamus die in ons klimaat niet winterhard is.
- Een echte aanrader voor bamboeliefhebbers zijn de Open Tuindagen van de Landelijke  Gilden op 23 en 24 juni 2012 bij Johan Raps, een sympathieke man met een prachtige tropische tuin.