Met Versailles zijn we in Franse regionen geraakt, dus zullen we maar verdergaan op ons elan. De keuze aan kleinfruit voor in de tuin is zo groot, dat er maar één ding op zit: kiezen en kweken wat je zelf graag lust. Des gouts et des couleurs, on ne discute pas! Voor het gemak gaan we er niet over discussiëren: we gaan er gewoon van uit dat aardbeien en frambozen zo ongeveer bij iedereen in de smaak vallen. Zet ze in je tuin en een avondlijk luchtje scheppen krijgt meteen een nieuwe betekenis.

Nichtje van de roos
De aardbei is eigenlijk een nichtje van de roos. Ze plant zich voort door uitlopers: aan de moederplant komen lange draden, waaraan de nieuwe plantjes beginnen te groeien. Als enige fruitsoort behoort de aardbei tot de vaste planten. Alle andere fruitsoorten zijn struiken of bomen; de zogenaamde houtige gewassen. Aardbeien kweken is echt niet moeilijk, zolang je ze maar genoeg water, zon en mest geeft. Aardbeien aarden overal goed. In de moestuin, in een pot of tussen de bloemen, het kan allemaal. Slechts één beperking: zoek een windstille plek. Het is een goed idee om de vruchten op een laag vers stro te leggen: dit houdt ze van de grond en beschermt ze tegen rot en schimmel.

Als aardbeien in rijen worden geplant, is 60 à 70 cm tussen de rijen nodig om genoeg licht te krijgen. In de rij is 35 à 40 cm afstand tussen de planten voldoende. Best is ook om de grond tot op 20 cm diep los te maken en te mengen met flink wat mest. Nog een tip voor een zoete zomer: zorg ervoor dat je aardbeien niet te veel concurrentie ondervinden. Dit doe je door je aardbeienveld proper te houden en storend onkruid te wieden. Als beginnende tuinier hoef je niet per se naar de winkel te hollen om plantmateriaal te kopen. Iedereen die aardbeien in zijn tuin heeft, zal je met plezier in augustus de jonge uitlopers meegeven. Aardbeienplanten maken elke zomer tal van nieuwe, kleine plantjes om het nageslacht te verzekeren.

Deze vormen prima plantmateriaal voor hen die van start willen gaan. Je kan ze sowieso best verwijderen aangezien ze met de energie van de moederplant aan de haal gaan. Aardbeien doen het ook prima in potten. Daarvoor zijn doordragende rassen zoals Ostara, Rapella, Everest en Selva het meest geschikt. Een andere aanrader voor potten –en ook voor in de tuin trouwens– is de bosaardbei Fragaria Vesca 'Alexandria'. Deze wordt tot de sierplanten gerekend. 'Alexandria' maakt geen uitlopers en draagt aromatische, vrij grote vruchtjes tussen mei en november. De echte wilde bosaardbeien zijn niet zo groot en sappig, maar hun smaak is echt uniek! Ze zijn klein, mooi, decoratief en extreem lekker. Een echte aanrader. Ze dragen maar één jaar vruchten, maar hun energieke zaailingen zorgen voor de nieuwe oogst.

Hardnekkige frambozen
Ook de framboos is familie van de roos. Frambozen hebben een overblijvend wortelstelsel dat elk jaar nieuwe bovengrondse stengels produceert, die verdrogen nadat ze vruchten hebben gedragen. Frambozen proberen net als hardnekkig onkruid je tuin te overwoekeren. Tracht ze dus in toom te houden. Frambozen zijn harde tantes uit het noorden. Ze hebben dus weinig last van koele en natte zomers. Enkel in de volle zon of op zandgrond komen ze in problemen.
Frambozen blijven meerdere jaren op dezelfde plaats staan. Daarom kan je het perceel beter diep losmaken voor je gaat planten. Ze vragen een stevige bemesting en een ruime portie humus, omdat ze elk jaar een massa nieuwe stengels moeten maken. Uitplanten gebeurt best in november. Voor het uitplanten dien je de uitlopers terug te snoeien tot op 30 cm. Frambozen snoeien is kinderspel vergeleken met de snoei van ander fruit! Wel moet je het onderscheid maken tussen zomerframbozen en herfstframbozen. Bij zomerframbozen begint de snoei pas in het vroege voorjaar anderhalf jaar na het uitplanten. Het snoeien hangt volledig af van wanneer je precies wil gaan oogsten.

Koop ziekteresistente planten –frambozen zijn vatbaar voor virussen– en combineer zomer- en herfstframbozen. De vroegste zijn Glen Moy en Tulameen. Glen Ample en Malling Admiral zijn de zonnekloppers. Leo en Polka zorgen voor fruit in september; Autumn Bliss is de laatste herfstframboos. Er bestaan ook gele frambozen, zoals Golden Everest, heel apart!

Rode en witte bessen
Rode en witte bessen behoren tot de aalbessensoort. Aangezien ze aan zelfbestuiving doen kan één enkel exemplaar in je tuin al voor vruchten zorgen. Altijd prijs dus! Kies vooral een beschutte plaats om het afvriezen van de bloemen in het voorjaar te vermijden. Houdt erbij bij het planten ook rekening mee dat rode besjes minder warmte vragen om te rijpen dan hun witte broers. Plaats daarom beter de witte plant tegen een zonnige zuidmuur. Plant ze in het najaar en laat voldoende afstand tussen de planten. (1,5m tot 2m) Als je in rijen wil werken hanteer je best een rijafstand van 2,5 m. Maar voor een doorsnee gezin moeten 2 struiken wel volstaan.

Het zijn struiken die je zomers avondwandelingetje net dat tikkeltje meer geven. Plukken en consumeren! Maar ook 's ochtends met wat kristalsuiker of als dessert met een bolletje vanilleijs erbij. Bessenconfituur en bessensap of voor de stokers onder ons vormen ze de basis van een heerlijke jenever. Voor buitenteelt zijn de Rolan, de Rotet en de Rondom zeer geschikt aangezien ze niet echt regengevoelig zijn.

Zwarte bessen of cassisbes
Minder gekend dan hun witte en rode broers maar daarom zeker niet minder lekker. Juist als de rode en witte bes zijn het trosbessen die aan zelfbestuiving doen. Plant meerdere tegelijkertijd bloeiende rassen aan. Om de kruisbestuiving via insecten te bevorderen. Zo kan de vruchtzetting in hoge mate toenemen. Je kan je oogst spreiden door planten te combineren die op verschillende tijdstippen vruchten hebben. De Tenah draagt bijvoorbeeld vroeg haar bessen en de Roodknop eerder laat.

Kruibes of stekelbes
De volgende in de rij is de stekelbes. Iets minder makkelijk om te plukken aangezien ze niet in trossesn groeien en de plant beschikt ook nog eens over een venijnig arsenaal aan stekels zoals haar naam al deed vermoeden. Toch loont het de moeite om ze te houden. De bessen zijn relatief groot en zoeter van smaak dan de reeds vernoemde bessen. Oogsten doe je weer best in de maand juli. Beter dan andere soorten kunnen ze schaduw verdragen. Handig voor tuinen die weinig zon krijgen. Maar bovenal kan je deze eigenschap gebruiken om je oogst te gaan spreiden. De planten in de schaduw zullen later vruchten afwerpen dan die in de zon! Stekelbessen worden vaak verwerkt in taarten. Maar het allerbeste is om ze te plukken en vervolgens als het ware te laten exploderen in je mond. Verse krakers tegen je gehemelte. Heerlijk.

Braambes
Bramen komen vaak voor in het wild. Langs bossen, dijkhellingen, weilanden, kreupelhout enzovoort. Het zijn heerlijk glanzende bessen om van te snoepen. Toch worden ze niet snel aan onze tuin gelinkt. Dit komt hoogstwaarschijnlijk door hun wilde, woekerende manier van groeien en hun ontoegangkelijkheid. Wie zich in de bramen waagt riskeert lijf en leden. Iedreen kent wel het pikkende badje na een middagje ravotten in het bos.

Wanneer je de wilde bramen gaat plukken eet je best alleen de vruchten boven heuphoogte. De vos zou wel al eens kunnen gepasseerd zijn en zijn pootje hebben opgeheven.
Er zijn ontelbare soorten van bramen. Zo ook de doornloze braam die het plukken een stuk aangenamer maakt. Alle soorten die je in tuinen terugvindt zijn afgeleiden van de wilde soort. Toch worden deze bramen soms als minder lekker ervaren dan de gestekelde wilde bramen. Laarzen, een emmertje en een hoge pijngrens zijn je beste wapens om deze lekkernij te plukken.

Moerbei
De moerbei is zeker niet de bekendste maar meer dan de moeite waard om nog even te vermelden. Moerbeien zijn super sappige vruchten die niet makkelijk in de winkel te verkrijgen zijn. Ze lijken een beetje op bramen en je kan ze krijgen in het wit, rood of zwart. Maar er zijn nog andere redenen om zelf moerbeien te telen. Ze groeien namelijk niet aan struiken zoals de meeste bessen maar aan de moerbijboom. Een geweldig decoratieve boom met een authentiek karakter. Met hun prachtige brede kruin en hun ruwe, gegroefde schors kunnen ze tijdens elk seizoen het monument van uw tuin worden.

Wist je dat...
1.Bijen en hommels heb je nodig om kleinfruit te laten floreren. Zorg daarom dat ze zich welkom voelen! Plant geurende en kleurende bloemen in je tuin en de natuur doet de rest.
2.Uiteraard zal al dit lekkers ook andere bezoekers aan trekken! Vogels zijn namelijk gek op al dat rode snoepgoed. Bescherm je eigen oogst met een net maar laat ook wat over voor hen. Plant gerust wat struiken in je gemengde haag of laat enkele struiken onafgedekt. Men heeft ons ook verteld dat witte en gele bessen minder gesmaakt worden door vogels. Al denk ik dat een lege maag niet zo kieskeurig is. Alvast het proberen waard!