Wetenschappers onderzochten het verband tussen het aantal vriendjes en de lichaamsbeweging van kinderen in de overgangsfase tussen lagere en middelbare school. Daarvoor werden de kinderen uit het laatste jaar van de lagere school (10-11 jaar) onderzocht: hun fysieke activiteit werd gemeten met een hartslagmeter, een enquête moest uitwijzen hoeveel vriendjes ze hadden.

Uit de resultaten bleek dat de kinderen per vriendje na schooltijd vier minuten en in het weekend tien minuten meer beweging had. Dit verband kon alleen aangetoond worden bij de meisjes, volgens de onderzoekers omdat de vriendschapsbanden tussen meisjes op die leeftijd sterker zijn.

Middelbare school

Een jaar nadien, in het eerste middelbaar, werden de kinderen opnieuw onderzocht. Zowel bij jongens als meisjes bleek het aantal minuten lichaamsbeweging per dag lichtjes gedaald: 16 procent bij de jongens, 12 procent bij de meisjes.

'Strategieën om de steun van vrienden te behouden als het om fysieke activiteiten gaat, kunnen belangrijk zijn om meisjes in beweging te houden', vertelt hoofdonderzoekster Rachel Thompson. 'De overgangsperiode tussen lagere en middelbare school is cruciaal voor de conditie van kinderen en het is belangrijk dat we begrijpen welke rol de invloed van vrienden kan spelen'.