Voorzitter Thys riep de twee op hun verantwoordelijkheid op te nemen tegenover hun kinderen en de familie, vrienden en nabestaanden van Jacques Roussard en eindelijk de waarheid te vertellen.

Het hof hield ook geen rekening met de redelijke termijn die geschonden zou zijn sinds de feiten, die van 12 juli 2006 dateren. 'De feiten getuigen van een uiterst gebrekkig normbesef en primitief waardepatroon in hoofde van de twee beschuldigden. Ze hebben bij de familie van slachtoffer Jacques Roussard onnoemelijk leed veroorzaakt', zo was te horen bij de voorlezing van het arrest over de strafmaat. 

'De dominante persoonlijkheid van Franssen heeft meegespeeld in het plegen van de feiten en Vossen heeft op een weloverwogen koelbloedige wijze deelgenomen aan de uitvoering van het plan.' Thys liet de twee ook weten dat ze nog vijftien dagen de tijd hebben om cassatieberoep aan te tekenen.

Buitenechtelijke relatie

Vossen en Roussard baatten de frituur uit, terwijl hun overbuurman Franssen in de zaak de sauzen klaarmaakte. Vossen begon een buitenechtelijke relatie met Franssen, maar daarbij stond Roussard in de weg. Ze beraamden samen een plan om Roussard uit de weg te ruimen. Dat gebeurde in de zomeravond van 12 juli 2006, toen Roussard na de sluiting van de frituur de vuilniszakken in de container achter de zaak wilde gooien. De man werd met een nekschot afgemaakt.

De moord kwam aan het licht, nadat op een röntgentoestel in het ziekenhuis van Maaseik een kogel in zijn hoofd werd gevonden.

Onmiddellijk kwamen Vossen en Franssen, die aanvankelijk hun relatie verzwegen, in het vizier. Ze bleven hun betrokkenheid tot op het einde van het assisenproces ontkennen. Na dertien slopende procesdagen achtte de volksjury hen echter schuldig en werden ze veroordeeld tot levenslang.

In de periode tussen de moord en het proces zaten Vossen en Franssen een tiental maanden in voorhechtenis.